Bijzondere bepaling 371
Wat betekent 371?
(1) Deze positie is ook van toepassing op voorwerpen die een kleine drukhouder met een aftapinrichting bevatten. Dergelijke voorwerpen moeten aan de volgende voorschriften voldoen:
a) De waterinhoud van de drukhouder mag niet groter zijn dan 0,5 liter en de bedrijfsdruk mag niet groter zijn dan 25 bar bij 15 °C;
b) De minimale barstdruk van de drukhouder moet ten minste viermaal de druk van het gas bij 15 °C bedragen;
c) Ieder voorwerp moet zodanig zijn vervaardigd dat stoffen niet onbedoeld kunnen worden afgevuurd of kunnen vrijkomen onder normale omstandigheden van behandeling, verpakking, vervoer en gebruik. Daartoe kan een aanvullende afsluitinrichting worden gebruikt die aan de activator is gekoppeld;
d) Ieder voorwerp moet zodanig zijn vervaardigd dat de drukhouder of onderdelen daarvan geen gevaar van scherfwerking opleveren;
e) Iedere drukhouder moet zijn vervaardigd van materiaal dat bij scheuring niet versplintert;
f) Het constructietype van het voorwerp moet worden onderworpen aan een brandproef waarop de bepalingen van de paragrafen 16.6.1.2 behalve letter g, 16.6.1.3.1 tot en met 16.6.1.3.4, 16.6.1.3.6, 16.6.1.3.7 (b) en 16.6.1.3.8 van het Handboek beproevingen en criteria van toepassing zijn, en waarmee is aangetoond dat het voorwerp de inwendige druk afvoert door middel van een smeltveiligheid of andere drukontlastingsinrichting, zodanig dat de drukhouder niet versplintert en dat het voorwerp of fragmenten daarvan niet wegschieten over een afstand van meer dan 10 meter;
g) Het constructietype van het voorwerp moet de volgende beproeving hebben ondergaan. Aan de hand van een stimuleringsmechanisme wordt één voorwerp in het midden van het collo ingeleid. Er mogen buiten het collo geen gevaarlijke effecten optreden, zoals scheuring van de verpakking, metalen fragmenten of een houder die door de verpakking breekt. (2) De fabrikant moet technische documentatie opstellen met betrekking tot het constructietype, de fabricage alsmede de beproevingen en de resultaten daarvan. De fabrikant moet procedures hanteren om te waarborgen dat in serie geproduceerde voorwerpen van goede kwaliteit zijn, overeenstemmen met het constructietype en voldoen aan de vereisten van (1). De fabrikant stelt deze informatie op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit.
ADR 2025: Hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 371 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Waar wordt 371 gebruikt?
Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 1 UN-posities.
ADR 2025
1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.