Bijzondere bepaling laden/lossen/behandelen CV38
Wat betekent CV38?
De laadruimten mogen geen scherpe binnenranden (binnentreden, enz.) hebben waardoor de containerzakken bij het lossen kunnen scheuren. Zij moeten vóór het laden worden geïnspecteerd.
De containerzakken moeten vóór het vullen in de laadruimten voor vervoer worden geplaatst. De buitencomponent van de containerzakken moet zo worden geplaatst dat de ritssluiting zich aan de voorkant van de laadruimte bevindt wanneer deze gesloten is. Na het vullen worden de containerzakken gesloten overeenkomstig de instructies van de fabrikant. minste 25 mm hoog, dat op elk punt van toegang is aangebracht op een plaats waar het gemakkelijk kan worden gezien door personen voordat ze het voertuig of de container binnengaan.
Eenmaal geladen mogen de containerzakken niet worden opgetild of van de ene laadruimte naar de andere worden overgebracht. Meerdere gevulde containerzakken mogen niet in dezelfde laadruimte worden geladen.
Na het vullen en na het sluiten moeten de buitenoppervlakken van de containerzakken worden ontsmet.
Containerzakken in verplaatsbare laadruimten moeten worden gelost met de laadruimte op de grond.
Het lossen van containerzakken gevuld met afval van wegwerkzaamheden of met grond verontreinigd met vrij asbest door het kiepen van de laadruimte is toegestaan, onder de voorwaarde dat een gezamenlijk door de vervoerder en de ontvanger overeengekomen losprotocol wordt nageleefd om scheuren van containerzakken tijdens het lossen te voorkomen. Het protocol moet ervoor zorgen dat de containerzakken tijdens het lossen niet vallen of scheuren.
ADR 2025: 7.5.11 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Waar wordt CV38 gebruikt?
Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 2 UN-posities.
ADR 2025
1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.