Bijzondere bepaling losgestort vervoer

Bijzondere bepaling losgestort vervoer AP11

AP11

Wat betekent AP11?

In overeenstemming met VC3 in 7.3.3.1 voor het vervoer van gesmolten aluminium als losgestort goed, wordt met "normen vastgesteld door de bevoegde autoriteit van het land van herkomst" bedoeld dat aan de volgende voorschriften moet worden voldaan.
1.
Algemene voorschriften
1.1 Vat betekent een middel van omsluiting bedoeld voor het vervoer van gesmolten aluminium UN-nummer 3257 met inbegrip van de wand, vuurvaste bekleding en bedrijfs- en constructieve uitrusting.
1.2 Vaten moeten zodanig worden geïsoleerd dat de oppervlaktetemperatuur de 130 °C niet overschrijdt tijdens het vervoer en moet zodanig zijn geplaatst dat het middel van omsluiting niet in contact komt met andere weggebruikers tijdens normale vervoersomstandigheden.
De oppervlaktetemperatuur mag op geen enkele wijze een nadelig effect hebben op de werking van het voertuig, in het bijzonder de remleidingen en elektrische kabels.
1.3 De vaten moeten op het voertuig worden bevestigd in overeenstemming met de principes van ladingszekering in 7.5.7.1.
1.4 Vaten hoeven niet te zijn voorzien van etiketten en kenmerken in overeenstemming met hoofdstuk 5.3 indien deze etiketten en kenmerken al op het voertuig zijn aangebracht.
2.
Brand- en explosiebeveiliging Het risico op brand door de thermische invloed van het gesmolten aluminium op het vat, het voertuig of hulpmiddelen voor ladingszekering, en het risico op explosie als gevolg van ontsnappende dampen of chemische reactie van gassen die zijn ontstaan, moet worden voorkomen, bijvoorbeeld door het gebruik van inerte gassen.
3.
Constructie van de vaten Vaten moeten zijn vervaardigd uit staal. In overeenstemming met EN 13445- 3:2014 moeten vaten zijn ontworpen en vervaardigd voor een testdruk van 4 bar. Tijdens de constructie moet de fabrikant aangeven welke lasnaden zijn onderworpen aan de hoogste belastingen. De hydrostatische druk en het effect van de beweging van het gesmolten aluminium moeten in acht worden genomen bij het nemen van een besluit over de afmetingen van het vat en de wijze van bevestiging van het vat op het voertuig. De krachten in 6.8.2.1.2 moeten in acht worden genomen.
De sluitingen van het vat moeten zijn ontworpen in overeenstemming met EN 13445-3:2014 en moeten lekdicht blijven in het geval dat een gevuld vat (zijdelingse positie en bovenkant van het vat) kantelt.
De vul- en losopeningen moeten worden beschermd door de constructie van het vat, bijvoorbeeld door kragen, deflectoren, kooien of soortgelijke constructies.
De beschermende inrichting op de bovenzijde van het vat moet zodanig worden ontworpen dat deze, zonder permanente vervorming, een statische belasting, verticaal toegepast op het vuldeksel, kan weerstaan gelijk aan tweemaal de maximale toegestane massa van het vat (2g).
De vuurvaste bekleding moet de inhoud kunnen weerstaan en geschikt zijn als isolatiemateriaal. De vuurbestendige binnenbekleding moet zodanig zijn ontworpen dat de lekbestendigheid intact blijft ongeacht de vervorming die onder normale vervoersomstandigheden kan optreden (zie 6.8.2.1.2).
De onderzoeksinstantie die keuringen uitvoert in overeenstemming met 6.8.2.4.1 of
6.8.2.4.4 moet de bekwaamheid van de fabrikant of van de onderhoudswerkplaats of van de reparatiewerkplaats voor het uitvoeren van laswerkzaamheden beoordelen en bevestigen. Dit geldt ook voor de aanwezigheid van een kwaliteitsmanagementsysteem voor laswerkzaamheden. Laswerkzaamheden aan de plaat van de metalen mantel, met name op de dragende onderdelen, mogen alleen worden uitgevoerd door goedgekeurde lasbedrijven.
Afdichtingen op vatdeksels en sluitingen moeten zo worden gekozen en aangebracht dat ze voorkomen dat gesmolten aluminium naar buiten stroomt als een vol vat kantelt.
4.
Onderzoek en beproeving van de vaten De onderzoeken en beproevingen volgens 4.1 tot en met 4.5 moeten door een door de bevoegde autoriteit erkende onderzoeksinstantie worden uitgevoerd. De onderzoeken en beproevingen moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de van toepassing zijnde voorschriften van EN 12972:2018. Van de resultaten van de beproevingen moet een testrapport worden afgegeven.
4.1 Onderzoek van het type vaten Als onderdeel van de procedure voor het onderzoek van het type moet het ontwerp van de constructie en de afwerking worden beproefd om te waarborgen dat de vaten voldoen aan de constructievoorschriften van EN13445-3:2014. De lasnaden die zijn onderworpen aan de hoogste belasting moeten zijn aangegeven in het onderzoeksrapport voor het type.
4.2 Eerste onderzoek Vaten moeten worden beproefd en onderzocht voordat zij in gebruik worden genomen.
De beproevingen omvatten ten minste:
a) Een controle om te waarborgen dat het vat in lijn is met de documenten voor de goedkeuring van het type;
b) Een controle van de overeenstemming met het type;
c) Een onderzoek van de uitwendige staat;
d) Een hydraulische proefpersing bij een beproevingsdruk van 4 bar; in dit stadium moeten de vaten nog niet zijn voorzien van vuurvaste bekleding;
e) Een onderzoek van de inwendige staat (visueel onderzoek van het inwendige metaaloppervlak van het vat voordat de vuurvaste bekleding is aangebracht en een visueel onderzoek van de vuurvaste bekleding);
f) Een controle van het goed functioneren van de uitrusting.
De hydraulische proefpersing mag ook met een alternatieve afdichting worden uitgevoerd.
4.3 Tussentijds onderzoek Vaten moeten niet later dan zes jaar na het eerste onderzoek en elk periodiek onderzoek een tussentijds onderzoek ondergaan.
Het tussentijdse onderzoek moet ten minste bestaan uit:
a) Een beoordeling van de documenten;
b) Een beoordeling van de uitwendige staat, met inbegrip van de ongeschonden staat van de flens- en de dekselaansluitingen;
c) Metingen van de wandikte teneinde de vereiste minimale wanddikte te controleren;
d) Niet-destructieve beproeving van de lasnaden die zijn onderworpen aan de hoogste belasting middels magneetpoederonderzoek, doorstootproef, ultrasoon onderzoek of radiografisch onderzoek;
e) Een beoordeling van de inwendige staat (visueel onderzoek van de vuurvaste bekleding) door een deskundige onder de verantwoordelijkheid van de exploitant;
f) Een controle van de goede werking van de uitrusting.
Het tussentijdse onderzoek mag worden uitgevoerd binnen drie maanden voor de aangegeven datum zonder dat dit invloed heeft op de tijdsspanne van de andere onderzoeken volgens 4.3 en 4.4.
4.4 Periodiek onderzoek Telkens als de vuurvaste bekleding wordt vernieuwd, of niet later dan twaalf jaar na het eerste of meest recente periodieke onderzoek, moet een periodiek onderzoek worden uitgevoerd.
Het periodiek onderzoek moet ten minste bestaan uit:
a) Een beoordeling van de documenten;
b) Een beoordeling van de uitwendige staat, met inbegrip van de ongeschonden staat van de flens- en de dekselaansluitingen;
c) Een onderzoek van de inwendige staat (visueel onderzoek van het inwendige metaaloppervlak van het vat voordat de vuurvaste bekleding is aangebracht en een visueel onderzoek van de vuurvaste bekleding);
d) Niet-destructieve beproeving van de lasnaden die zijn onderworpen aan de hoogste belasting middels magneetpoederonderzoek, doorstootproef, ultrasoon onderzoek of radiografisch onderzoek;
e) Metingen van de wanddikte teneinde de vereiste minimale wanddikte te controleren;
f) Een hydraulische proefpersing bij een beproevingsdruk van 4 bar; in dit stadium mogen de vaten nog niet zijn voorzien van vuurvaste bekleding;
g) Een controle van het goed functioneren van de uitrusting.
De hydraulische proefpersing mag ook met een alternatieve afdichting worden uitgevoerd.
4.5 Buitengewoon onderzoek van de vaten Indien de veiligheid van het vat of zijn uitrustingsdelen door reparatie, ombouw of een ongeluk mogelijk verminderd is, moet een buitengewoon onderzoek worden uitgevoerd op de delen beïnvloed door de reparatie of ombouw. Indien een buitengewoon onderzoek is uitgevoerd dat voldoet aan de vereisten van 4.4 dan kan het buitengewone onderzoek worden beschouwd als een periodiek onderzoek. Indien een buitengewoon onderzoek is uitgevoerd dat voldoet aan de vereisten van 4.3 dan kan het buitengewone onderzoek worden beschouwd als een tussentijds onderzoek. De onderzoeksinstantie bepaalt de gedetailleerde omvang van het buitengewone onderzoek rekening houdend met EN 12972:2018, tabel A1.
5.
Markering van de vaten Vaten moeten worden gemarkeerd met een plaat overeenkomstig 6.8.2.5.1, met uitzondering van het nummer van goedkeuring en de externe ontwerpdruk. Voor de beproevingen en onderzoeken overeenkomstig 4.2 en 4.4 wordt de markering gevolgd door “P”. Voor de beproevingen en onderzoeken overeenkomstig 4.3 wordt de markering gevolgd door “L”.
6.
Eisen ten aanzien van de werking De eigenaar of de exploitant bewaart een afschrift van het typekeuringsrapport, de resultaten van de eerste beproevingen en onderzoeken en alle latere beproevingen en onderzoeken in het dossier van het vat.
Elke vernieuwing en reparatie van de vuurvaste bekleding wordt door de exploitant of fabrikant geregistreerd.
Afdichtingen moeten bij elke vulling worden gecontroleerd en zo nodig worden vernieuwd.
7.
Voertuigen De volgende aanvullende voorschriften zijn van toepassing op voertuigen voor vervoer over de weg:
a) Voertuigen voor vervoer moeten zijn uitgerust met een stabiliteitsfunctie die is goedgekeurd overeenkomstig VN-reglement nr. 134.
Een voetnoot 4 invoegen die luidt als volgt: “VN-reglement nr. 13 (Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen van de categorieën M, N en O wat de reminrichting betreft).”.
b) De vaten moeten zodanig op de voertuigen zijn geplaatst dat de uitstroomopeningen naar de rijrichting gericht zijn of zich daartegenover bevinden.
8.
Opleiding van de bestuurder In aanvulling op de basiscursus volgens 8.2.1.2 moeten bestuurders aanvullende instructies krijgen van een bevoegde persoon over de gedetailleerde risico's van het vervoer van gesmolten aluminium in vaten.
Deze moeten de volgende hoofdpunten omvatten:
a) Het specifieke rijgedrag van voertuigen die vaten vervoeren,
b) Algemene rijfysica (rijstabiliteit/draaigedrag, in het bijzonder hoogte van het zwaartepunt, golfeffecten),
c) De grenzen van de elektronische stabiliteitscontrole en
d) Speciale maatregelen die bij een ongeval moeten worden genomen.
De vervoerder moet deze instructie schriftelijk of elektronisch documenteren, met vermelding van de datum, duur en belangrijkste behandelde onderwerpen.”.

ADR 2025: 7.3.3 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)

Waar wordt AP11 gebruikt?

Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 1 UN-posities.

ADR 2025

1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.

← Terug naar 1136.nl

WhatsApp & ADR-vragen

Om ons via WhatsApp een vraag te stellen over ADR, heeft u een gratis account nodig. Zo kunnen we uw gegevens koppelen aan uw ADR-status en u gericht helpen.