Verpakkingsinstructie P208
Wat betekent P208?
(1) De volgende verpakkingen zijn toegestaan, onder voorwaarde dat aan de algemene verpakkingsvoorschriften van 4.1.6.1 is voldaan:
(2) Voor iedere gevulde fles geldt dat de druk lager dan 101,3 kPa bij 20 °C en lager dan 300 kPa bij 50 °C moet zijn.
(3) De minimale beproevingsdruk van de fles moet 21 bar zijn.
(4) De minimale barstdruk van de fles moet 94,5 bar zijn.
(5) De inwendige druk van de gevulde fles bij 65 °C mag niet hoger zijn dan de beproevingsdruk van de fles.
(6) Het adsorberende materiaal moet compatibel zijn met de fles en mag geen schadelijke of gevaarlijke verbindingen vormen met het te adsorberen gas. Het gas mag in combinatie met het adsorberende materiaal de fles niet aantasten of verzwakken of een gevaarlijke reactie veroorzaken (bv. een katalyserende reactie).
(7) De kwaliteit van het adsorberende materiaal moet iedere keer bij het vullen worden gecontroleerd, om te waarborgen dat steeds wanneer een collo met geadsorbeerd gas ten vervoer wordt aangeboden, aan de vereisten van deze verpakkingsinstructie ten aanzien van druk en chemische stabiliteit wordt voldaan.
(8) Het adsorberende materiaal mag niet voldoen aan de criteria voor om het even welke klasse in het ADR.
(9) Voor flessen en afsluitingen die giftige gassen bevatten met een LC50 gelijk aan of minder dan 200 ml/m3 (ppm) (zie tabel 1) gelden de volgende voorschriften:
a) Uitlopen van afsluitventielen moeten zijn voorzien van drukbestendige gasdichte stoppen of doppen die zijn voorzien van een schroefdraad die overeenkomt met die van de uitlopen van de afsluitventielen.
b) Elk afsluitventiel moet hetzij van het pakkingloze type zijn met een niet-geperforeerd diafragma, hetzij van een type dat lekkage door of langs de pakking voorkomt.
d) Elk afsluitventiel moet bestand zijn tegen de beproevingsdruk van de fles en moet rechtstreeks met de fles zijn verbonden door een tapse schroefdraad of op een andere wijze die voldoet aan de voorschriften van ISO 10692-2:2001.
e) Flessen en afsluitventielen mogen niet voorzien worden van een drukontlastingsinrichting.
(10) Uitlopen van afsluitventielen voor flessen die pyrofore gassen bevatten moeten zijn voorzien van gasdichte stoppen of doppen met een schroefdraad die overeenkomt met die van de uitlopen van de afsluitventielen.
(11) De vulprocedure moet in overeenstemming zijn met Bijlage A van ISO 11513:2011 (van toepassing tot 31 december 2024) of bijlage A van ISO 11513:2019.
(12) De maximale termijn voor het periodieke onderzoek is vijf jaar.
(13) Bijzondere verpakkingsvoorschriften die stofspecifiek zijn (zie tabel 1).
Materiaalcompatibiliteit a: Flessen van een aluminiumlegering mogen niet worden gebruikt. d: Indien stalen flessen worden gebruikt, zijn alleen die flessen toegestaan die zijn voorzien van het merkteken “H” in overeenstemming met 6.2.2.7.4 (p).
De vullingsgraad van dit gas moet zodanig worden beperkt dat de druk, indien volledige ontleding optreedt, twee derde van de beproevingsdruk van de fles niet overschrijdt.
Materiaalcompatibiliteit voor n.e.g.-posities voor geadsorbeerde gassen z: De materialen waarvan de flessen en hun uitrustingsdelen zijn vervaardigd, moeten compatibel zijn ten opzichte van de inhoud en mogen daarmee niet zodanig reageren dat schadelijke of gevaarlijke verbindingen gevormd kunnen worden.
ADR 2025: 4.1.4 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Waar wordt P208 gebruikt?
Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 17 UN-posities.
ADR 2025
1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.