Verpakkingsinstructie

Verpakkingsinstructie P602

P602

Wat betekent P602?

De hierna genoemde verpakkingen zijn toegestaan, onder voorwaarde dat aan de algemene voorschriften van 4.1.1 en 4.1.3 is voldaan en de verpakkingen hermetisch afgedicht zijn:
(1) Samengestelde verpakkingen met een bruto massa van ten hoogste 15 kg, bestaande uit
a) een of meer binnenverpakking(en) van glas met een grootste hoeveelheid van 1 liter per binnenverpakking en tot ten hoogste 90% van hun inhoud gevuld; de sluiting van de binnenverpakking(en) moet feitelijk zijn gefixeerd door een willekeurige voorziening die in staat is te verhinderen dat deze door een schok of trillingen tijdens het vervoer bezwijkt of los gaat zitten, de binnenverpakkingen moeten afzonderlijk zijn geplaatst in
b) metalen houders, tezamen met opvul- en absorberend materiaal voldoende om de gehele inhoud van de glazen binnenverpakking(en) te absorberen, die op hun beurt verpakt zijn in
c) buitenverpakkingen van het type 1A1, 1A2, 1B1, 1B2, 1N1, 1N2, 1H1, 1H2, 1D, 1G, 4A, 4B, 4N, 4C1, 4C2, 4D, 4F, 4G of 4H2
(2) Samengestelde verpakkingen bestaande uit metalen of kunststof binnenverpakkingen, die afzonderlijk zijn verpakt met voldoende absorberend materiaal om de gehele inhoud te absorberen en inert opvulmateriaal in de buitenverpakkingen 1A1, 1A2, 1B1, 1B2, 1N1, 1N2, 1H1, 1H2, 1D, 1G, 4A, 4B, 4N, 4C1, 4C2, 4D, 4F, 4G of 4H2 met een maximale bruto massa van75 kg. Binnenverpakkingen mogen tot niet meer dan 90% van hun inhoud worden gevuld. De sluiting van elke binnenverpakking moet fysiek op z'n plaats worden gehouden door middel van een voorziening die wijken of loswerken van de sluiting door schokken of vibratie tijdens het vervoer kan verhinderen. Binnenverpakkingen mogen geen grotere inhoud hebben dan 5 liter;
(3) Vaten en combinatieverpakkingen (1A1, 1B1, 1N1, 1H1, 6HA1 of 6HH1), die voldoen aan de volgende voorwaarden:
a) De hydraulische proefpersing moet worden uitgevoerd bij een druk van ten minste 0,3 MPa (overdruk);
b) De dichtheidsproeven in de ontwerpfase en tijdens productie moeten worden uitgevoerd bij een beproevingsdruk van 30 kPa; en
c) Sluitingen moeten van een schroefdoptype zijn, die:
i) fysiek op z'n plaats worden gehouden door middel van een voorziening die wijken of loswerken van de sluiting door schokken of vibratie tijdens het vervoer kan verhinderen; en
ii) voorzien zijn van een zegel over de dop;
(4) Drukhouders, onder voorwaarde dat aan de algemene bepalingen van 4.1.3.6 wordt voldaan. Zij moeten worden onderworpen aan een eerste beproeving en elke 10 jaar aan periodieke beproevingen, bij een druk van ten minste 1 MPa (10 bar) (overdruk). De drukhouders mogen met geen enkele soort drukontlastingsinrichting zijn uitgerust.
Alle drukhouders die een bij inademen giftige vloeistof met een LC50-waarde lager dan of gelijk aan 200 ml/m3 (ppm) bevatten, moeten door middel van een plug (stop) of afsluitventiel zijn gesloten, die/dat aan de volgende voorwaarden voldoet:
a) de pluggen of ventielen moeten met een taps toelopende schroefdraad rechtstreeks met de drukhouder zijn verbonden en zij moeten in staat zijn de beproevingsdruk van de drukhouder zonder beschadiging of lekkage te doorstaan;
b) alle ventielen moeten van het type zijn zonder pakkingbus met een niet-geperforeerd membraan, behalve in het geval van bijtende stoffen, waarvoor het ventiel van het type met pakkingbus mag zijn, gasdicht gemaakt door de montage van een pakking, bevestigd aan de romp van het ventiel of aan de drukhouder, met het doel om vrijkomen van de stof door of langs de pakking te voorkomen.
c) alle openingen van ventielen moeten zijn afgedicht door een kap met schroefdraad of een stevige plug met schroefdraad en inert pakkingmateriaal;
d) de constructiematerialen van de drukhouders, ventielen, pluggen, beschermkappen van de openingen, afsluitringen en pakkingen moeten onderling en met de inhoud verenigbaar zijn.
Drukhouders waarvan de wanddikte op enig punt lager is dan 2,0 mm en drukhouders die niet zijn uitgerust met een bescherming voor het ventiel, moeten worden vervoerd in een buitenverpakking. Drukhouders mogen niet zijn uitgerust met een verzamelleiding of een onderlinge verbinding.

ADR 2025: 4.1.4 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)

Waar wordt P602 gebruikt?

Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 63 UN-posities.

ADR 2025

1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.

← Terug naar 1136.nl

WhatsApp & ADR-vragen

Om ons via WhatsApp een vraag te stellen over ADR, heeft u een gratis account nodig. Zo kunnen we uw gegevens koppelen aan uw ADR-status en u gericht helpen.