Bijzondere bepaling laden/lossen/behandelen CV33
Wat betekent CV33?
Opmerking 1: “Kritische groep” is een groep personen uit het publiek die redelijk homogeen is met betrekking tot haar blootstelling aan een aanwezige stralingsbron en blootstellingsweg en die kenmerkend is voor individuen die door de aanwezige blootstellingsweg van de aanwezige stralingsbron de hoogste effectieve dosis ontvangen.
Opmerking 2: “Personen uit het publiek” zijn in het algemeen de individuen uit de bevolking, uitgezonderd degenen die beroepsmatig of om medische redenen aan straling worden blootgesteld.
Opmerking 3: “Werknemers” zijn alle personen die full-time, part-time of tijdelijk voor een werkgever werken en die erkende rechten en plichten hebben met betrekking tot beroepsmatige stralingsbescherming.
(1) Gescheiden houden (1.1) Colli, oververpakkingen, containers en tanks die radioactieve stoffen bevatten en onverpakte radioactieve stoffen moeten tijdens het vervoer zijn gescheiden:
a) van werknemers op regelmatig gebruikte werkplekken:
i) overeenkomstig tabel A hieronder; of
ii) door afstanden berekend uitgaande van een criterium voor de dosis van 5 mSv per jaar en conservatieve waarden voor de parameters van de modellen;
Opmerking: Werknemers die vallen onder individueel toezicht voor doeleinden van stralingsbescherming, moeten niet in aanmerking worden genomen voor segregatiedoeleinden.
b) van leden uit het publiek, op plaatsen waar het publiek regelmatig toegang heeft:
i) overeenkomstig tabel A hieronder; of
ii) door afstanden berekend uitgaande van een criterium voor de dosis van 1 mSv per jaar en conservatieve waarden voor de parameters van de modellen;
c) van niet-ontwikkelde fotografische films en postzakken:
i) overeenkomstig tabel B hieronder; of
ii) door afstanden berekend uitgaande van een criterium voor de blootstelling aan straling van niet-ontwikkelde fotografische film als gevolg van het vervoer van radioactieve stoffen van 0,1 mSv per verzending van een dergelijke film; en
Opmerking: Er wordt verondersteld dat postzakken niet-ontwikkelde fotografische films en platen bevatten en dat ze derhalve op dezelfde wijze van radioactieve stoffen moeten worden gescheiden.
d) van andere gevaarlijke goederen overeenkomstig 7.5.2.
Tabel A: Minimumafstanden tussen colli van categorie II-GEEL of van categorie III-GEEL en personen Som van de transportindices niet hoger dan BLOOTSTELLINGSDUUR PER JAAR (UREN) Plaatsen waar personen uit het publiek regelmatig toegang hebben Regelmatig gebruikte werkplekken Scheidingsafstand in meters, geen tussenliggend afschermingsmateriaal, van:
0,5 1,5 0,5 1,5 2,5 1,0 2,5 7,5 1,0 9,5 1,5 5,5 13,5 2,5 5,5 6,5 15,5 6,5 Tabel B: Minimumafstanden tussen colli van categorie II-GEEL of van categorie III-GEEL en colli met het opschrift "FOTO" of postzakken Totaal aantal colli niet hoger dan Som van de transportindices niet hoger dan REIS- OF OPSLAGDUUR, IN UREN CATEGORIE III- GEEL II- GEEL Minimale afstand in meters 0,2 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 1,5 0,5 0,5 0,5 1,5 0,5 0,5 1,5 0,5 1,5 (1.2) Colli of oververpakkingen van categorie II-GEEL of III-GEEL mogen niet worden vervoerd in compartimenten waarin passagiers verblijven, behalve in compartimenten die uitsluitend gereserveerd zijn voor koeriers die speciale toestemming hebben om dergelijke colli of over verpakkingen te begeleiden. (1.3) Geen andere personen dan leden van de bemanning van het voertuig mogen worden toegelaten in voertuigen die colli, oververpakkingen of containers vervoeren, voorzien van etiketten van de categorie II-GEEL of III-GEEL.
(2) Grenswaarden van de activiteit De totale activiteit in een voertuig mag voor vervoer van LSA-stoffen of SCO in industriële colli van type 1 (type IP-1), type 2 (type IP-2), type 3 (type IP-3) of onverpakt, niet meer bedragen dan de in tabel C hieronder aangegeven grenswaarden. Voor SCO-III mogen de in Tabel C hieronder genoemde grenswaarden worden overschreden op voorwaarde dat het vervoersplan voorziet in maatregelen die een veiligheidsniveau opleveren dat minstens gelijk is aan het niveau dat bereikt zou zijn als de grenswaarden wel in acht waren genomen.
Tabel C: Grenswaarden van de activiteit in voertuigen voor LSA-stoffen en SCO in industriële colli of onverpakt AARD VAN DE STOF OF HET VOORWERP GRENSWAARDE VAN DE ACTIVITEIT VOOR HET VOERTUIG LSA-I Geen grenswaarde LSA-II en LSA-III onbrandbare vaste stoffen Geen grenswaarde LSA-II en LSA-III brandbare vaste stoffen en alle vloeistoffen en gassen 100 A2 SCO 100 A2
(3) Stuwage tijdens vervoer en opslag onderweg (3.1) Zendingen moeten veilig worden gestuwd. (3.2) Onder voorwaarde dat de betreffende gemiddelde warmtestroomdichtheid aan het oppervlak 15 W/m2 niet overschrijdt en de lading in de onmiddellijke nabijheid niet in zakken is verpakt, mag een collo of ververpakking zonder bijzondere voorzorgsmaatregelen voor de wijze van beladen samen met gewone lading worden vervoerd, tenzij de bevoegde autoriteit dergelijke eisen uitdrukkelijk stelt in het certificaat van goedkeuring. (3.3) De belading van containers en opeenstapeling van colli, oververpakkingen en containers moet als volgt worden geregeld:
a) Behalve onder de voorwaarde van exclusief gebruik en bij zendingen van LSA- I-stoffen, moet het totale aantal colli, oververpakkingen en containers op één voertuig dusdanig worden beperkt dat de totale som van de transportindices van het voertuig de in tabel D hieronder aangegeven waarden niet overschrijdt.
b) Het dosistempo onder voorwaarden die waarschijnlijk zijn onder normale vervoersomstandigheden mag op geen enkel punt van het uitwendige oppervlak van het voertuig 2 mSv/h en op een afstand van 2 m van het buitenoppervlak van het voertuig 0,1 mSv/h overschrijden, uitgezonderd zendingen vervoerd onder exclusief gebruik, waarvoor de grenswaarden van het dosistempo rondom het voertuig vermeld zijn in (3.5) b) en c).
c) De totale som van de criticaliteits-veiligheidsindices in een container of aan boord van een voertuig mag niet meer bedragen dan de in tabel E hieronder aangegeven waarden.
Tabel D: Grenswaarden voor de transportindex voor containers en voertuigen niet onder exclusief gebruik TYPE CONTAINER OF VOERTUIG GRENSWAARDE VOOR DE TOTALE SOM VAN TRANSPORTINDICES IN EEN CONTAINER OF AAN BOORD VAN EEN VOERTUIG Kleine container Grote container Voertuig Tabel E: Criticaliteits-veiligheidsindex voor containers en voertuigen die splijtbare stoffen bevatten TYPE CONTAINER OF VOERTUIG GRENSWAARDE VOOR DE TOTALE SOM VAN CRITICALITEITS- VEILIGHEIDSINDICES Niet onder exclusief gebruik Onder exclusief gebruik Kleine container niet van toepassing Grote container Voertuig (3.4) Ofwel elk collo of elke oververpakking met een transportindex groter dan 10, danwel elke zending met een criticaliteits-veiligheidsindex groter dan 50, mag alleen onder exclusief gebruik worden vervoerd. (3.5) Voor zendingen onder exclusief gebruik mag het dosistempo niet meer bedragen dan:
a) 10 mSv/h op enig punt van het uitwendige oppervlak van elk collo of elke oververpakking; het dosistempo mag alleen meer bedragen dan 2 mSv/h indien:
i) het voertuig is voorzien van een omhulling die tijdens routinematige vervoersomstandigheden de toegang van onbevoegde personen tot het inwendige van de omhulling verhindert, en
ii)maatregelen zijn getroffen om het collo of de oververpakking dusdanig vast te zetten dat zijn positie binnen de omhulling van het voertuig tijdens routinematige vervoersomstandigheden gefixeerd blijft, en
iii) tijdens de verzending geen laden of lossen plaatsvindt;
b) 2 mSv/h op enig punt van de buitenoppervlakken van het voertuig, met inbegrip van het boven- en onderoppervlak, of, in het geval van een open voertuig, op enig punt van de verticale vlakken in het verlengde van de buitenkanten van het voertuig, op het bovenoppervlak van de lading en op het uitwendige onderoppervlak van het voertuig, en
c) 0,1 mSv/h op enig punt op 2 m vanaf de verticale vlakken, voorgesteld door de buitenste zijvlakken van het voertuig, of, indien de lading wordt vervoerd in een open voertuig, op enig punt op 2 m vanaf de verticale vlakken in het verlengde van de buitenkanten van het voertuig.
(4) Aanvullende vereisten voor vervoer en tussenopslag van splijtbare stoffen (4.1) Elke groep van colli, oververpakkingen en containers met splijtbare stof die voor tussenopslag op een willekeurige opslagplaats aanwezig zijn, moet zodanig worden beperkt dat de totale som van de criticaliteits-veiligheidsindices in elke groep niet meer bedraagt dan 50. Elke groep moet dusdanig worden opgeslagen dat tussen deze en andere dergelijke groepen een ruimte van ten minste 6 m wordt gehandhaafd. (4.2) In de gevallen waarin de totale som van de criticaliteits-veiligheidsindices aan boord van een voertuig of in een container meer bedraagt dan 50, zoals toegestaan in tabel E hierboven, moet de opslag zodanig plaatsvinden dat ten opzichte van andere groepen van colli, oververpakkingen of containers met splijtbare stoffen of ten opzichte van andere voertuigen met radioactieve stoffen een ruimte van ten minste 6 m gehandhaafd blijft. (4.3) Splijtbare stoffen die voldoen aan een van de bepalingen (a) tot en met (f) van
2.2.7.2.3.5 moeten aan de volgende eisen voldoen:
(a) Per zending is slechts één van de bepalingen (a) tot en met (f) van 2.2.7.2.3.5 toegestaan;
(b) Per zending is slechts één goedgekeurde splijtbare stof in colli ingedeeld overeenkomstig 2.2.7.2.3.5 (f) toegestaan, tenzij volgens het certificaat van goedkeuring meerdere stoffen zijn toegestaan;
(c) Splijtbare stoffen vervoerd in colli die zijn ingedeeld overeenkomstig 2.2.7.2.3.5
(c) moeten worden vervoerd in een zending die niet meer dan 45 g splijtbare nucliden bevat;
(d) Splijtbare stoffen vervoerd in colli die zijn ingedeeld overeenkomstig 2.2.7.2.3.5
(d) moeten worden vervoerd in een zending die niet meer dan 15 g splijtbare nucliden bevat;
(e) Onverpakte of verpakte splijtbare stoffen die zijn ingedeeld overeenkomstig
2.2.7.2.3.5 (e) moeten onder exclusief gebruik worden vervoerd in een voertuig dat niet meer dan 45 g splijtbare nucliden bevat.
(5) Beschadigde of lekkende colli, besmette verpakkingen (5.1) Indien het duidelijk is dat een collo beschadigd is of lekt, of indien er wordt vermoed dat het collo kan hebben gelekt of beschadigd kan zijn, moet toegang tot het collo worden beperkt en een gekwalificeerd persoon moet zo snel mogelijk de omvang van de besmetting en het resulterende dosistempo van het collo vaststellen. De omvang van de vaststelling moet zich uitstrekken tot het collo, het voertuig, de aangrenzende laad- en losplaatsen, en, zonodig, alle andere goederen die in het voertuig zijn vervoerd.
Zonodig moeten, overeenkomstig de door de bevoegde autoriteit vastgestelde voorschriften, aanvullende maatregelen ter bescherming van mensen, bezittingen en het milieu worden genomen om de gevolgen van een dergelijke lekkage of schade te ondervangen en tot een minimum te beperken. (5.2) Beschadigde colli of colli waaruit meer radioactieve inhoud lekt dan de toegestane grenswaarden voor normale vervoersomstandigheden mogen onder toezicht worden overgebracht naar een aanvaardbare, tijdelijk, tussenopslagplaats, en mogen pas verder worden vervoerd nadat ze zijn hersteld of gereconditioneerd en ontsmet. (5.3) Een voertuig en uitrusting, die regelmatig worden gebruikt voor het vervoer van radioactieve stoffen, moeten periodiek worden gecontroleerd om het besmettingniveau te bepalen. De frequentie van dergelijke controles moet verband houden met de waarschijnlijkheid van besmetting en de mate waarin radioactieve stoffen worden vervoerd. (5.4) Behoudens het bepaalde in paragraaf (5.5) moet elk voertuig, de uitrusting of gedeelten daarvan dat/die in de loop van het vervoer van de radioactieve stoffen besmet is geraakt tot een niveau hoger dan de in 4.1.9.1.2 gespecificeerde grenswaarden, of aan het oppervlak een dosistempo vertoont van meer dan 5 µSv/h, zo snel mogelijk worden ontsmet door een gekwalificeerd persoon en mag het niet worden hergebruikt, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
(a) de afwrijfbare besmetting bedraagt niet méér dan de in 4.1.9.1.2 genoemde grenswaarden;
(b) het dosistempo dat het gevolg is van de niet-afwrijfbare besmetting is niet hoger dan 5 Sv/h op het oppervlak. (5.5) Een container of voertuig die/dat speciaal bestemd is voor het vervoer van onverpakte radioactieve stoffen onder exclusief gebruik, is alleen met betrekking tot de inwendige oppervlakken en alleen zo lang het onder dat specifieke exclusieve gebruik blijft vallen, vrijgesteld van de voorschriften van de voorafgaande paragraaf (5.4) en van 4.1.9.1.4.
(6) Andere voorschriften In het geval dat een zending onbestelbaar is, moet de zending op een veilige plaats worden neergezet en moet de bevoegde autoriteit zo snel mogelijk worden ingelicht met het verzoek aanwijzingen te verstrekken hoe verder moet worden gehandeld.
ADR 2025: 7.5.11 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Waar wordt CV33 gebruikt?
Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 25 UN-posities.
ADR 2025
1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.