Verpakkingsinstructie P601
Wat betekent P601?
De volgende verpakkingen zijn toegestaan, onder voorwaarde dat aan de algemene voorschriften van 4.1.1 en 4.1.3 is voldaan en de verpakkingen hermetisch afgedicht zijn
(1) Samengestelde verpakkingen met een bruto massa van ten hoogste 15 kg, bestaande uit
a) een of meer binnenverpakking(en) van glas met een grootste hoeveelheid van 1 liter per binnenverpakking en tot ten hoogste 90% van hun inhoud gevuld; de sluiting van de binnenverpakking(en) moet feitelijk zijn gefixeerd door een willekeurige voorziening die in staat is te verhinderen dat deze door een schok of trillingen tijdens het vervoer bezwijkt of los gaat zitten, de binnenverpakkingen moeten afzonderlijk zijn geplaatst in
b) metalen houders, tezamen met opvul- en absorberend materiaal voldoende om de gehele inhoud van de glazen binnenverpakking(en) te absorberen, die op hun beurt verpakt zijn in
c) buitenverpakkingen van het type 1A1, 1A2, 1B1, 1B2, 1N1, 1N2, 1H1, 1H2, 1D, 1G, 4A, 4B, 4N, 4C1, 4C2, 4D, 4F, 4G of 4H2;
(2) Samengestelde verpakkingen bestaande uit metalen of kunststof binnenverpakkingen, van ten hoogste 5 liter inhoud, afzonderlijk verpakt met voldoende absorberend materiaal om de inhoud te absorberen en inert opvulmateriaal in buitenverpakkingen 1A1, 1A2, 1B1, 1B2, 1N1, 1N2, 1H1, 1H2, 1D, 1G, 4A, 4B, 4N, 4C1, 4C2, 4D, 4F, 4G of 4H2 met een maximale bruto massa van 75 kg. Binnenverpakkingen mogen tot niet meer dan 90% van hun inhoud worden gevuld. De sluiting van elke binnenverpakking moet fysiek op z'n plaats worden gehouden door middel van een voorziening die wijken of loswerken van de sluiting door schokken of vibratie tijdens het vervoer kan verhinderen;
(3) Verpakkingen bestaande uit:
Buitenverpakkingen: Stalen of kunststof vaten (1A1, 1A2, 1H1 of 1H2), beproefd overeenkomstig de beproevingsvoorschriften in 6.1.5 met een massa die overeenkomt met de massa van het samengestelde collo, hetzij als een verpakking, bestemd voor binnenverpakkingen, hetzij als een enkelvoudige verpakking, bestemd voor vaste stoffen of vloeistoffen, en dienovereenkomstig van kenmerking voorzien;
Binnenverpakkingen: Vaten en combinatieverpakkingen (1A1, 1B1, 1N1, 1H1 of 6HA1) die voldoen aan de voorschriften van hoofdstuk 6.1 voor enkelvoudige verpakkingen, en voldoen aan de volgende voorwaarden:
a) De hydraulische proefpersing moet worden uitgevoerd bij een druk van ten minste 0,3 MPa (overdruk);
b) De dichtheidsproeven in de ontwerpfase en tijdens productie moeten worden uitgevoerd bij een beproevingsdruk van 30 kPa;
c) Zij moeten van het buitenste vat worden geïsoleerd door het gebruik van inert opvulmateriaal dat schokken opvangt en dat de binnenverpakking aan alle zijden omringt;
d) Hun inhoud mag niet meer bedragen dan 125 liter; en
e) Sluitingen moeten van een schroefdoptype zijn, die:
i) fysiek op z'n plaats worden gehouden door middel van een voorziening die wijken of loswerken van de sluiting door schokken of vibratie tijdens het vervoer kan verhinderen; en
ii) voorzien zijn van een zegel over de dop;
f) De buiten- en binnenverpakking moeten periodiek worden onderworpen aan een dichtheidsproef volgens b) binnen termijnen van niet meer dan 2,5 jaar;
g) De volledige verpakking moet ten minste elke 3 jaar ten genoegen van de bevoegde autoriteit visueel worden geïnspecteerd;
VERPAKKINGSINSTRUCTIE (vervolg)
h) De buiten- en binnenverpakking moeten in duidelijk leesbare en duurzame tekens zijn voorzien van:
i) de datum (maand, jaar) van de eerste beproeving en de laatst uitgevoerde periodieke beproeving en dito onderzoek;
ii) het waarmerk van de deskundige, die de beproeving en het onderzoek heeft uitgevoerd;
(4) Drukhouders, onder voorwaarde dat aan de algemene bepalingen van 4.1.3.6 wordt voldaan. Zij moeten worden onderworpen aan een eerste beproeving en elke 10 jaar aan periodieke beproevingen, bij een druk van ten minste 1 MPa (10 bar) (overdruk). De drukhouders mogen met geen enkele soort drukontlastingsinrichting zijn uitgerust.
Alle drukhouders die een bij inademen giftige vloeistof met een LC50-waarde lager dan of gelijk aan 200 ml/m3 (ppm) bevatten, moeten door middel van een plug (stop) of afsluitventiel zijn gesloten, die/dat aan de volgende voorwaarden voldoet:
a) de pluggen of ventielen moeten met een taps toelopende schroefdraad rechtstreeks met de drukhouder zijn verbonden en zij moeten in staat zijn de beproevingsdruk van de drukhouder zonder beschadiging of lekkage te doorstaan;
b) alle ventielen moeten van het type zijn zonder pakkingbus met een niet-geperforeerd membraan, behalve in het geval van bijtende stoffen, waarvoor het ventiel van het type met pakkingbus mag zijn, gasdicht gemaakt door de montage van een pakking, bevestigd aan de romp van het ventiel of aan de drukhouder, met het doel om vrijkomen van de stof door of langs de pakking te voorkomen.
c) alle openingen van ventielen moeten zijn afgedicht door een kap met schroefdraad of een stevige plug met schroefdraad en inert pakkingmateriaal;
d) de constructiematerialen van de drukhouders, ventielen, pluggen, beschermkappen van de openingen, afsluitringen en pakkingen moeten onderling en met de inhoud verenigbaar zijn.
Drukhouders waarvan de wanddikte op enig punt lager is dan 2,0 mm en drukhouders die niet zijn uitgerust met een bescherming voor het ventiel, moeten worden vervoerd in een buitenverpakking. Drukhouders mogen niet zijn uitgerust met een verzamelleiding of een onderlinge verbinding. 4.3.4.2.3 Bijzonder verpakkingsvoorschrift
PP82 (Geschrapt) Bijzondere verpakkingsvoorschriften specifiek voor RID en ADR
RR3 (Geschrapt)
RR7 Voor UN-nummer 1251 moeten de drukhouders echter elke vijf jaar aan de beproevingen worden onderworpen.
RR10 UN 1614 moet, indien deze stof volledig is geabsorbeerd door een inert poreus materiaal, worden verpakt in metalen houders met een inhoud van ten hoogste 7,5 liter, die op zodanige wijze in houten kisten zijn geplaatst dat zij niet in contact met elkaar kunnen komen. De houders moeten geheel met poreus materiaal zijn gevuld, dat niet door schudden mag inzakken of gevaarlijke holten vormen zelfs niet na langdurig gebruik of onder invloed van schokken, zelfs bij temperaturen tot 50 °C.
ADR 2025: 4.1.4 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Waar wordt P601 gebruikt?
Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 19 UN-posities.
ADR 2025
1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.