Bijzondere bepaling 386
Wanneer stoffen door middel van temperatuurbeheersing gestabiliseerd worden, gelden de voorschriften van 2.2.41.1.21, 7.1.7, bijzondere bepaling V8 van hoofdstuk 7.2, bijzondere bepaling S4 van hoofdstuk 8.5 en de voorschriften van hoofdstuk 9.6. Bij toepassing van chemische stabilisatie moet de persoon die het collo, de IBC of de tank ten vervoer aanbiedt waarborgen dat het stabilisatieniveau toereikend is om te voorkomen dat gevaarlijke polymerisatie plaatsvindt van de stof in het collo, de IBC of de tank bij een gemiddelde laadtemperatuur van het bulkgoed van 50 °C, of, in geval van een transporttank, 45 °C. Wanneer chemische stabilisatie ondoeltreffend wordt bij lagere temperaturen binnen de verwachte duur van het vervoer, moet de temperatuur worden beheerst. De bepalende factoren die bij temperatuurbeheersing in aanmerking moeten worden genomen, omvatten maar zijn niet beperkt tot de capaciteit en geometrische vorm van het collo, de IBC of de tank en het effect van eventueel aanwezige isolatie, de temperatuur van de stof wanneer het ten vervoer wordt aangeboden, de reisduur en de verwachte omgevingstemperatuur tijdens de reis (met inachtneming van het seizoen), de doeltreffendheid en andere eigenschappen van de gebruikte inhibitor, de toepasselijke controlemaatregelen ingesteld bij regelgeving (bv. voorschriften ter bescherming tegen warmtebronnen, met inbegrip van andere ladingen die worden vervoerd bij een hogere dan de omgevingstemperatuur) en andere relevante factoren.
Bijzondere bepaling 662
Flessen die niet voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.2 en die uitsluitend aan boord van een schip of luchtvaartuig worden gebruikt, mogen ten behoeve van het vullen of inspecteren en daaropvolgend retourneren worden vervoerd, onder voorwaarde dat zij zijn ontworpen en gebouwd in overeenstemming met een norm die wordt erkend door de bevoegde autoriteit van het land van goedkeuring en dat aan alle overige relevante voorschriften van het ADR wordt voldaan, met inbegrip van de volgende: a) Bij het vervoer van de flessen moeten de afsluiters worden beschermd conform 4.1.6.8; b) De flessen moeten worden voorzien van een kenmerk en etiket conform 5.2.1 en 5.2.2; en c) Er wordt voldaan aan alle relevant vullingvereisten van verpakkingsinstructie P200 van 4.1.4.1. In het vervoersdocument wordt de volgende verklaring opgenomen: "Vervoer volgens bijzondere bepaling 662".
Bijzondere bepaling 676
Voor het vervoer van colli die polymeriserende stoffen bevatten, hoeven de voorschriften van bijzondere bepaling 386, in samenhang met 7.1.7.3, 7.1.7.4, 5.4.1.1.15 en 5.4.1.2.3.1, niet te worden toegepast wanneer deze worden vervoerd met het oog op verwijdering of recycling, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) Vóór het laden is door middel van een onderzoek vastgesteld dat er geen significant verschil bestaat tussen de temperatuur aan de buitenzijde van het collo en de omgevingstemperatuur;
b) Het vervoer wordt uitgevoerd binnen een termijn van ten hoogste 24 uur na dit onderzoek;
c) De colli worden tijdens het vervoer beschermd tegen direct zonlicht en tegen de invloed van andere warmtebronnen (bijvoorbeeld aanvullende ladingen die worden vervoerd bij een temperatuur die hoger is dan de omgevingstemperatuur);
d) De omgevingstemperatuur tijdens het vervoer blijft beneden 45 °C;
e) Voertuigen en containers zijn voldoende geventileerd;
f) De stoffen zijn verpakt in verpakkingen met een maximale inhoud van 1000 liter.
Bij de beoordeling of de stoffen onder de voorwaarden van deze bijzondere bepaling kunnen worden vervoerd, kunnen aanvullende maatregelen ter voorkoming van gevaarlijke polymerisatie worden overwogen, bijvoorbeeld het toevoegen van inhibitoren.
Toelichting voor de ADR-praktijk
Bijzondere bepaling 676 is geen volledige vrijstelling van het ADR. De bepaling maakt het onder specifieke voorwaarden mogelijk om polymeriserende stoffen voor verwijdering of recycling te vervoeren zonder toepassing van de genoemde voorschriften over temperatuurbeheersing en de bijbehorende documentatie. Belangrijk is dat:
- de controle op afwijkende temperatuur vóór het laden plaatsvindt;
- het vervoer binnen 24 uur na deze controle wordt uitgevoerd;
- de omgevingstemperatuur tijdens het vervoer beneden 45 °C blijft;
- de inhoud per verpakking ten hoogste 1000 liter is;
- alle zes voorwaarden tegelijk worden nageleefd.
Voorbehoud: de tekst hierboven is een vertaling door 1136.nl van de Engelse bepaling (ECE/TRANS/352). Een officieel gepubliceerde Nederlandse ADR-tekst van bijzondere bepaling 676 bestaat niet: de bepaling ontbreekt in de Nederlandse vertaling van ADR 2025. Bij twijfel is de Engelse of Franse tekst leidend.
|