Verpakkingsinstructie P200
Wat betekent P200?
Type verpakkingen: Flessen, grote cilinders, drukvaten en flessenbatterijen
Flessen, grote cilinders, drukvaten en flessenbatterijen zijn toegestaan, onder voorwaarde dat aan de bijzondere verpakkingsvoorschriften van 4.1.6, aan de onder (1) t/m (9) hieronder genoemde voorschriften en, indien genoemd in de kolom "Bijzondere verpakkingsvoorschriften" van tabel 1, 2 of 3, aan de desbetreffende bijzondere verpakkingsvoorschriften genoemd onder (10) hieronder wordt voldaan:
Algemeen
(1) Drukhouders moeten zodanig gesloten en dicht zijn dat zij het ontsnappen van de gassen verhinderen;
(2) Drukhouders die giftige stoffen bevatten met een LC50-waarde van ten hoogste 200 ml/m³ (ppm) zoals gespecificeerd in de tabel, mogen niet van een drukontlastingsinrichting zijn voorzien. UN-drukhouders voor het vervoer van UN 1013 kooldioxide en UN 1070 distikstofoxide moeten voorzien zijn van drukontlastingsinrichtingen;
(3) De volgende drie tabellen behandelen samengeperste gassen (Tabel 1), vloeibaar gemaakte en opgeloste gassen (Tabel 2) en stoffen die niet onder klasse 2 vallen (Tabel 3). Zij verschaffen:
a) het UN-nummer, de benaming en omschrijving, alsmede de classificatiecode van de stof;
b) de LC50-waarde voor giftige stoffen;
c) de typen drukhouders die voor de stof zijn toegestaan, aangegeven door de letter “X “;
d) het maximale beproevingsinterval voor periodiek onderzoek van de drukhouders;
Opmerking: Bij drukhouders waarvoor gebruikgemaakt is van composietmaterialen is het maximale beproevingsinterval 5 jaar. Het beproevingsinterval kan worden verlengd overeenkomstig de specificaties in de tabellen 1 en 2 (d.w.z. tot 10 jaar), indien goedgekeurd door de bevoegde autoriteit of de door die autoriteit aangewezen instantie die de typegoedkeuring heeft afgegeven.
e) de minimale beproevingsdruk van de drukhouders;
f) de hoogste bedrijfsdruk van de drukhouders voor samengeperste gassen (wanneer geen waarde is opgegeven mag de bedrijfsdruk ten hoogste twee derde van de beproevingsdruk bedragen) of de maximale vullingsgraad (-graden), afhankelijk van de beproevingsdruk(ken) voor vloeibaar gemaakte en opgeloste gassen;
g) bijzondere verpakkingsbepalingen die stofspecifiek zijn
Beproevingsdruk, vullingsgraden en vulvoorschriften
(4) De minimaal vereiste beproevingsdruk bedraagt 1 MPa (10 bar);
(5) In geen geval mogen drukhouders worden gevuld boven de in de volgende voorschriften toegestane grenswaarde:
a) Voor samengeperste gassen mag de bedrijfsdruk ten hoogste 2/3 van de beproevingsdruk van de drukhouders bedragen. Beperkingen ten aanzien van deze bovengrens voor de bedrijfsdruk worden opgelegd door bijzondere verpakkingsbepaling “(10)o”. In geen geval mag de inwendige druk bij 65 °C de beproevingsdruk overschrijden.
b) Voor onder hoge druk vloeibaar gemaakte gassen moet de vullingsgraad zodanig zijn dat de evenwichtsdruk bij 65 °C niet meer bedraagt dan de beproevingsdruk van de drukhouders.
Het gebruik van andere beproevingsdrukken en vullingsgraden dan die welke in de tabel zijn aangegeven, is toegestaan, - tenzij bijzonder verpakkingsvoorschrift “(10)o” van toepassing is -, onder voorwaarde dat:
i) aan het criterium van bijzonder verpakkingsvoorschrift “(10)r”, voor zover van toepassing, is voldaan; of
ii) in alle andere gevallen aan bovengenoemd criterium is voldaan.
Voor onder hoge druk vloeibaar gemaakte gassen en gasmengsels, waarvoor geen relevante gegevens beschikbaar zijn:
FR = 8,5 x 10⁻⁴ x dg x Ph
waarbij FR = maximale vullingsgraad
dg = dichtheid van het gas (bij 15 °C, 1 bar) (in kg/m3)
Ph = minimale beproevingsdruk (in bar)
Indien de dichtheid van het gas niet bekend is, moet de maximale vullingsgraad als volgt worden bepaald:
FR = (Ph x MM x 10⁻³) / (R x 338)
waarbij FR = maximale vullingsgraad
Ph = minimale beproevingsdruk (in bar)
MM = moleculaire massa (in g/mol)
R = 8,31451 x 10⁻² bar.l.mol⁻¹m.K⁻¹ (gasconstante).
Voor gasmengsels moet de gemiddelde moleculaire massa worden genomen, rekening houdend met de volumetrische concentraties van de afzonderlijke componenten;
c) Voor onder lage druk vloeibaar gemaakte gassen moet de maximale massa van de inhoud per liter waterinhoud gelijk zijn aan 0,95 maal de dichtheid van de vloeibare fase bij 50 °C; bovendien mag de vloeibare fase de drukhouder bij een temperatuur tot ten hoogste 60 °C niet geheel vullen. De beproevingsdruk van de drukhouder moet ten minste gelijk zijn aan de dampdruk (absoluut) van de vloeistof bij 65 °C, minus 100 kPa (1bar).
Voor onder lage druk vloeibaar gemaakte gassen en gasmengsels, waarvoor geen relevante gegevens beschikbaar zijn, moet de maximale vullingsgraad als volgt worden bepaald:
FR = (0,0032 x BP - 0,24) x d1
waarbij FR = maximale vullingsgraad
BP = kookpunt (in Kelvin)
d1 = dichtheid van de vloeistof bij het kookpunt (in kg/l)
d) Voor UN 1001 acetyleen, opgelost, en UN 3374 acetyleen, oplosmiddelvrij, zie (10), bijzondere verpakkingsbepaling “p”.
e) Voor vloeibaar gemaakte gassen in combinatie met samengeperste gassen moeten beide componenten - zowel het vloeibaar gemaakte gas als het samengeperste gas - in aanmerking worden genomen bij de berekening van de inwendige druk in de drukhouder.
De maximale massa van de inhoud per liter waterinhoud mag niet hoger zijn dan 0,95 maal de dichtheid van de vloeibare fase bij 50 °C; bovendien mag de vloeibare fase de drukhouder bij een temperatuur tot ten hoogste 60 °C niet geheel vullen.
Wanneer de houders gevuld zijn, mag de inwendige druk bij 65 °C niet meer bedragen dan de beproevingsdruk van de drukhouders. De dampdrukken en volumetrische expansies van alle stoffen in de drukhouders moeten in aanmerking worden genomen. Indien geen gegevens uit beproevingen beschikbaar zijn, moeten de volgende stappen worden afgewerkt:
i) Berekening van de dampdruk van het vloeibaar gemaakte gas en de partiële druk van het samengeperste gas bij 15 °C (vultemperatuur);
ii) Berekening van de volumetrische expansie van de vloeibare fase door opwarming van 15 °C tot 65 °C en berekening van het resterende volume voor de gasfase;
iii) Berekening van de partiële druk van het samengeperste gas bij 65 °C rekening houdend met de volumetrische expansie van de vloeibare fase;
Opmerking: Er moet rekening worden gehouden met de samenpersbaarheidsfactor van het samengeperste gas bij 15 °C en 65 °C.
iv) Berekening van de dampdruk van het vloeibaar gemaakte gas bij 65 °C;
v) De totale druk is de som van de dampdruk van het vloeibaar gemaakte gas en de partiële druk van het samengeperste gas bij 65 °C;
vi) Inachtneming van de oplosbaarheid van het samengeperste gas bij 65 °C in de vloeibare fase;
De beproevingsdruk van de drukhouder moet ten minste gelijk zijn aan de berekende totale druk minus 100 kPa (1bar).
Indien de oplosbaarheid van het samengeperste gas in de vloeistoffase niet bekend is voor de berekening kan de beproevingsdruk worden berekend zonder de gasoplosbaarheid (subparagraaf vi)) in aanmerking te nemen.
(6) Een andere beproevingsdruk en vullingsgraad mag worden gebruikt, onder voorwaarde dat zij voldoen aan de in de paragrafen (4) en (5) hierboven genoemde algemene voorschriften;
(7) a) Het vullen van drukhouders mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel in speciaal toegeruste centra onder gebruikmaking van geschikte procedures.
De procedures moeten de volgende controles omvatten:
i) overeenstemming van de houders en toebehoren met het ADR;
ii) compatibiliteit van de houders en toebehoren met het te vervoeren product;
iii) afwezigheid van beschadiging die invloed zou kunnen hebben op de veiligheid;
iv) aanhouden van de vulverhouding of vuldruk, al naar gelang;
v) voorgeschreven kenmerken en aanduidingen.
b) LPG bedoeld om in flessen te worden gevuld moet van hoge kwaliteit zijn; deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld indien deze LPG voldoet aan de beperkingen voor bijtende werking als vastgelegd in ISO 9162:1989.
Periodieke onderzoeken
(8) Hervulbare drukhouders moeten worden onderworpen aan periodieke onderzoeken volgens de voorschriften van 6.2.1.6 resp. 6.2.3.5.
(9) Indien bijzondere bepalingen voor bepaalde stoffen niet in de tabellen hieronder voorkomen, moeten periodieke onderzoeken worden uitgevoerd:
a) elke 5 jaar in het geval van drukhouders, bestemd voor het vervoer van gassen van de classificatiecodes 1T, 1TF, 1TO, 1TC, 1TFC, 1TOC, 2T, 2TO, 2TF, 2TC, 2TFC, 2TOC, 4A, 4F en 4TC;
b) elke 5 jaar in het geval van drukhouders bestemd voor het vervoer van stoffen van andere klassen;
c) elke 10 jaar in het geval van drukhouders, bestemd voor het vervoer van gassen van de classificatiecodes 1A, 1O, 1F, 2A, 2O en 2F.
Bij drukhouders waarvoor gebruikgemaakt is van composietmaterialen bedraagt het maximale beproevingsinterval 5 jaar. Het beproevingsinterval kan worden verlengd overeenkomstig de specificaties in de tabellen 1 en 2 (d.w.z. tot 10 jaar), indien goedgekeurd door de bevoegde autoriteit of de door die autoriteit aangewezen instantie die de typegoedkeuring heeft afgegeven.
Bijzondere verpakkingsvoorschriften
(10) Materiaalcompatibiliteit (voor gassen zie ISO 11114-1:1997 en ISO 11114-2:2000)
a: Drukhouders van een aluminiumlegering mogen niet worden gebruikt.
b: Koperen afsluiters mogen niet worden gebruikt.
c: Delen van metaal, die met de inhoud in contact komen, mogen ten hoogste 65% koper bevatten.
d: Indien stalen drukhouders of composiet drukhouders met stalen binnenbekleding worden gebruikt, zijn alleen die drukhouders toegestaan die voorzien zijn van het merkteken "H" overeenkomstig 6.2.2.7.4 p).
Voorschriften voor giftige stoffen met een LC50-waarde minder dan of gelijk aan 200 ml/m³ (ppm)
k: Uitlopen van afsluitventielen moeten zijn voorzien van drukbestendige, gasdichte stoppen of doppen die zijn voorzien van schroefdraad die past bij die van de uitlopen van de afsluitventielen en die zijn vervaardigd van een materiaal dat niet door de inhoud van de drukhouder kan worden aangetast.
Elke fles in een batterij moet zijn uitgerust met een eigen afsluiter, die tijdens het vervoer gesloten moet zijn. Na het vullen moet de verzamelleiding worden leeggemaakt, gereinigd en afgedicht worden.
Flessenbatterijen die UN 1045 fluor, samengeperst, bevatten mogen zijn uitgerust met scheidingsventielen op groepen van flessen met een totale waterinhoud van ten hoogste 150 liter, in plaats van scheidingsventielen op elke fles.
Flessen en afzonderlijke flessen in een batterij moeten een beproevingsdruk bezitten hoger dan of gelijk aan 200 bar en een minimumwanddikte van 3,5 mm voor aluminium legeringen of 2 mm voor staal. Afzonderlijke flessen die niet aan dit voorschrift voldoen, moeten worden vervoerd in een stijve buitenverpakking die de fles en de armaturen daarvan voldoende beschermt en die voldoet aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep I. Drukvaten moeten een minimale wanddikte bezitten zoals vastgelegd door de bevoegde autoriteit.
Drukhouders mogen niet voorzien worden van een drukontlastingsinrichting
De maximale waterinhoud van flessen en afzonderlijke flessen in een batterij moet worden beperkt tot 85 liter.
Elk afsluitventiel moet in staat zijn om bestand te zijn tegen de beproevingsdruk van de drukhouder en moet rechtstreeks met de drukhouder zijn verbonden door een tapse schroefdraad of op een andere wijze die voldoet aan de voorschriften van ISO 10692-2:2001.
Elk afsluitventiel moet hetzij van het pakkingloze type zijn met een niet-geperforeerd diafragma, hetzij van een type dat lekkage door of langs de pakking verhindert.
Vervoer in capsules is niet toegestaan.
Elke drukhouder moet na het vullen op lekkage beproefd worden.
Voorschriften voor specifieke gassen
l: UN 1040 Ethyleenoxide mag ook worden verpakt in hermetisch afgedichte glazen of metalen binnenverpakkingen, die op afdoende wijze door middel van opvulmateriaal in kartonnen, houten of metalen kisten of dozen worden beschermd en voldoen aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep I. De maximaal toegestane hoeveelheid in elke glazen binnenverpakking is 30 g en de maximaal toegestane hoeveelheid in elke metalen binnenverpakking is 200 g. Na het vullen moet van elke binnenverpakking vastgesteld worden of deze lekvrij is door de binnenverpakking in een warmwaterbad te plaatsen bij een temperatuur en gedurende voldoend lange tijd om te waarborgen dat een inwendige druk bereikt wordt, die gelijk is aan de dampdruk van ethyleenoxide bij 55 °C. De grootste netto massa in een buitenverpakking mag niet meer bedragen dan 2,5 kg.
m: Drukhouders moeten worden gevuld tot een bedrijfsdruk van ten hoogste 5 bar.
n: Flessen en afzonderlijke flessen in een batterij mogen niet meer dan 5 kg van het gas bevatten. Indien batterijen die UN 1045 fluor, samengeperst, bevatten, in groepen flessen zijn verdeeld overeenkomstig bijzonder verpakkingsvoorschrift "k", dan mag elke groep niet meer dan 5 kg van het gas bevatten.
o: In geen geval mag de in de tabellen aangegeven bedrijfsdruk of vullingsgraad overschreden worden.
p: Voor UN 1001 acetyleen, opgelost en UN 3374 acetyleen, oplosmiddelvrij: Flessen moeten worden gevuld met een homogeen, monolithisch, poreus materiaal; de bedrijfsdruk en de hoeveelheid acetyleen mogen niet meer bedragen dan de in de toelating of in ISO-norm 38071:2000, ISO-norm 3807-2:2000 of ISO 3807:2013 voorgeschreven waarden, al naar gelang.
Voor UN 1001 acetyleen, opgelost: Flessen moeten een hoeveelheid aceton of geschikt oplosmiddel bevatten zoals gespecificeerd in de toelating (zie ISO-norm 3807-1:2000, ISO-norm 3807-2:2000 of ISO 3807:2013 al naar gelang); flessen of die middels een verzamelleiding gekoppeld zijn, moeten verticaal vervoerd worden.
Een andere mogelijkheid voor UN 1001 acetyleen, opgelost, is: Flessen die geen UN-drukhouders zijn, mogen worden gevuld met een niet-monolithisch, poreus materiaal; de bedrijfsdruk, de hoeveelheid acetyleen en de hoeveelheid oplosmiddel mogen niet meer bedragen dan de in de toelating voorgeschreven waarden. De maximale termijn tussen de periodieke onderzoeken van de flessen mag niet meer bedragen dan vijf jaar.
q: Uitlopen van afsluiters van drukhouders bestemd voor het vervoer van pyrofore gassen of van brandbare gasmengsels met meer dan 1% pyrofore bestanddelen, moeten van gasdichte stoppen of doppen zijn voorzien, die moeten zijn vervaardigd van materiaal dat niet door de inhoud van de drukhouder aangetast kan worden. Indien deze drukhouders door middel van een verzamelleiding een batterij vormen, moet elk van de drukhouders voorzien zijn van een afzonderlijk afsluitventiel dat tijdens het vervoer gesloten moet zijn en de uitloop van de afsluiter van de verzamelleiding moet voorzien zijn van een drukbestendige gasdichte stop of dop. Gasdichte blindstoppen of doppen moeten zijn voorzien van schroefdraad die past bij die van de uitloop van de afsluitventielen. Vervoer in capsules is niet toegestaan.
r: De vullingsgraad van dit gas moet zodanig worden beperkt dat de druk, indien volledige ontleding optreedt, twee derde van de proefdruk van de drukhouder niet overschrijdt.
ra: Dit gas mag ook in capsules worden verpakt onder de volgende voorwaarden:
a) De gasmassa mag niet meer bedragen dan 150 g per capsule;
b) De capsules moeten vrij zijn van defecten die de sterkte kunnen schaden;
c) De dichtheid van de sluiting moet worden gewaarborgd door een aanvullende voorziening (dop, kroonkurk, zegel, band, enz.) die in staat is elke lekkage van de sluiting tijdens het vervoer te verhinderen;
d) De capsules moeten worden geplaatst in een buitenverpakking van voldoende sterkte. Een collo mag niet meer wegen dan 75 kg.
s: Drukhouders van een aluminiumlegering moeten zijn:
a) uitgerust met uitsluitend messing of roestvast stalen afsluitventielen; en
b) gereinigd met het oog op verontreiniging door koolwaterstoffen en niet verontreinigd zijn met olie. UN-drukhouders moeten worden gereinigd volgens ISO-norm 11621:1997.
ta: Er mogen andere criteria worden gebruikt voor het vullen van gelaste stalen flessen bestemd voor het vervoer van stoffen van UN-nummer 1965:
a) met toestemming van de bevoegde autoriteiten van de landen waar het vervoer plaatsvindt; en
b) in overeenstemming met de voorschriften van de nationale regels of een norm, erkend door de bevoegde autoriteiten.
Indien de criteria voor het vullen verschillend zijn van die in P200(5), moet het vervoersdocument de vermelding “Vervoer volgens verpakkingsinstructie P200, bijzondere verpakkingsvoorschrift ”ta” bevatten, alsmede de aanduiding van de referentietemperatuur die is gebruikt voor de berekening van de vullingsgraad.
Periodiek onderzoek
u: De termijn tussen de periodieke beproevingen mag voor drukhouders van aluminiumlegeringen naar 10 jaar worden uitgebreid. Deze afwijking mag alleen worden toegepast op UN-drukhouders, indien de legering van de drukhouder onderworpen is aan spanningscorrosiebeproeving zoals gespecificeerd in ISO-norm 7866:2012 + Cor 1:2014.
ua: De termijn tussen de periodieke beproevingen mag voor flessen van aluminiumlegeringen en batterijen van dergelijke flessen tot 15 jaar worden uitgebreid mits de voorschriften van paragraaf (13) van deze verpakkingsinstructie worden toegepast. Dit geldt evenwel niet voor flessen die zijn gemaakt van aluminiumlegering AA 6351. Voor mengsels mag dit voorschrift "ua" worden toegepast onder voorwaarde dat in tabel 1 of 2 “ua” is toegewezen aan elk afzonderlijk gas in het mengsel
v: (1) De termijn tussen onderzoeken voor stalen flessen, met uitzondering van hervulbare stalen flessen voor de UN-nummers 1011, 1075, 1965, 1969 of 1978, mag worden verhoogd tot 15 jaar:
a) met de instemming van de bevoegde autoriteit(en) van het/de land(en) waar het periodiek onderzoek en het vervoer plaatsvinden; en
b) in overeenstemming met de voorschriften van een technisch reglement of een norm erkend door de bevoegde autoriteit.
(2) Voor hervulbare gelaste stalen flessen voor de UN-nummers 1011, 1075, 1965, 1969 of 1978 mag de termijn worden verhoogd tot 15 jaar, indien de bepalingen van paragraaf (12) van deze verpakkingsinstructie worden toegepast.
va: Voor naadloze stalen flessen uitgerust met restdrukventielen (zie opmerking hieronder) die zijn ontworpen en beproefd overeenkomstig EN ISO 15996:2005 + A1:2007 of EN ISO 15996:2017 en voor batterijen van naadloze stalen flessen uitgerust met een of meer hoofdafsluiters met een restdrukinrichting, beproefd overeenkomstig EN ISO 15996:2005 + A1:2007 of EN ISO 15996:2017, mag de termijn tussen de periodieke beproevingen worden uitgebreid tot 15 jaar mits de voorschriften van paragraaf (13) van deze verpakkingsinstructie worden toegepast. Voor mengsels mag dit voorschrift “va” worden toegepast onder voorwaarde dat in tabel 1 of 2 “va” is toegewezen aan elk gas in het mengsel.
Opmerking: een "restdrukventiel" is een sluiting waarin een restdrukinrichting is opgenomen die het binnendringen van verontreiniging voorkomt door een positief differentieel te handhaven tussen de druk in de fles en de ventielopening. Om te voorkomen dat vloeistoffen vanaf een bron met hogere druk in de fles terugstromen moet een terugslagklepfunctie hetzij in de restdrukinrichting worden opgenomen, hetzij zich als optionele aanvullende inrichting in de flesafsluiter bevinden, zoals een regelaar.
Voorschriften voor N.E.G.-posities en voor mengsels
z: De materialen waarvan de drukhouders en hun uitrustingsdelen zijn vervaardigd, moeten compatibel zijn ten opzichte van de inhoud en mogen daarmee niet reageren zodat schadelijke of gevaarlijke verbindingen gevormd kunnen worden;
De beproevingsdruk en de vullingsgraad moeten berekend worden volgens de toepasselijke voorschriften van (5).
Giftige stoffen met een LC50-waarde lager dan of gelijk aan 200 ml/m³ mogen niet worden vervoerd in grote cilinders, drukvaten of MEGC’s en moeten voldoen aan bijzonder verpakkingsvoorschrift “k”. UN 1975 mengsel van stikstofmonoxide en distikstoftetroxide mag echter worden vervoerd in drukvaten.
Drukhouders die pyrofore gassen of brandbare mengsels van gassen met meer dan 1% pyrofore verbindingen bevatten, moeten voldoen aan de voorschriften van bijzondere verpakkingsschrift “q”.
De noodzakelijke maatregelen moeten zijn getroffen ter verhindering van gevaarlijke reacties (bv. polymerisatie of ontleding) tijdens het vervoer. Zo nodig moet een stabilisator of een inhibitor zijn toegevoegd.
Mengsels die UN 1911 diboraan bevatten, moeten worden gevuld tot een zodanige druk dat, indien volledige ontleding van het diboraan optreedt, 2/3 van de beproevingsdruk van de drukhouder niet overschreden zal worden.
Mengsels die UN 2192 germaanwaterstof bevatten, - behalve mengsels met ten hoogste 35% germaanwaterstof in waterstof of stikstof of ten hoogste 28% germaanwaterstof in helium of argon - , moeten worden gevuld tot een druk die zo hoog is dat, indien volledige ontleding van de germaanwaterstof plaatsvindt, twee derde van de proefdruk niet wordt overschreden.
Mengsels van fluor en stikstof met een concentratie fluor minder dan 35 vol-% mogen worden gevuld in drukhouders tot een maximale toegestane werkdruk waarbij de absolute partiële druk van fluor 3,1 MPa (31 bar) niet overschrijdt.
Werkdruk (bar) < 31/xf - 1
Waarbij xf = de concentratie fluor in % bij volume/100
Mengsels van fluor en inerte gassen met een concentratie fluor minder dan 35 vol-% mogen worden gevuld in drukhouders tot een maximale toegestane werkdruk waarbij de absolute partiële druk van fluor 3,1 MPa (31 bar) niet overschrijdt, bij het berekenen van de partiële druk bovendien rekening houdend met de stikstofequivalentiecoëfficiënt volgens ISO 10156:2017.
Werkdruk (bar) < 31/xf (xf + Kk × xk) - 1
Waarbij xf = de concentratie fluor in % bij volume/100;
Kk = equivalentiecoëfficiënt van een inert gas ten opzichte van stikstof (equivalentiecoëfficiënt van stikstof);
xk = concentratie inert gas in % bij volume/100.
Echter de werkdruk van mengsels van fluor en inerte gassen mag 20 MPa (200 bar) niet overschrijden. De minimale testdruk van drukhouders voor mengsels van fluor en inerte gassen is gelijk aan 1,5 keer de werkdruk of 20 MPa (200 bar) waarbij de grotere waarde moet worden toegepast.
Voorschriften voor stoffen die niet onder klasse 2 vallen
ab: Drukhouders moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
i) De proefpersing moet een onderzoek naar de binnenzijde van de drukhouders en controle van de toebehoren omvatten;
ii) Bovendien moet iedere twee jaar de corrosiebestendigheid gecontroleerd worden door middel van geschikte instrumenten (bijv. ultrasone golven) en moet de toestand van de toebehoren gecontroleerd worden;
iii) De wanddikte mag niet minder zijn dan 3 mm.
ac: Beproevingen en onderzoeken moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een deskundige, erkend door de bevoegde autoriteit.
ad: Drukhouders moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:
i) Drukhouders moeten ontworpen zijn voor een druk van ten minste 2,1 MPa (21 bar) (overdruk).
ii) Naast de kenmerken voor hervulbare houders moeten de drukhouders zijn voorzien van de volgende bijzonderheden in duidelijk leesbare en duurzame tekens:
• Het UN-nummer en de juiste vervoersnaam van de stof volgens 3.1.2;
• De maximaal toegestane massa wanneer de houder gevuld is en de eigen massa van de drukhouder, met inbegrip van tijdens het vullen aangebrachte toebehoren, of de bruto massa.
(11) Aan de voorschriften van deze verpakkingsinstructie die van toepassing zijn wordt geacht te zijn voldaan, indien de volgende desbetreffende normen worden toegepast:
| Van toepassing zijnde voorschriften | Verwijzing | Titel van het document |
|---|---|---|
| (7) | EN 13365:2002 + A1:2005 | Verplaatsbare gasflessen - Flessenbundels voor permanente en vloeibare gassen (uitgezonderd acetyleen) - Inspectie tijdens het vullen |
| (7) | ISO 24431:2016 | Gasflessen - Naadloze, gelaste en van composietmaterialen vervaardigde flessen voor samengeperste en vloeibaar gemaakte gassen (uitgezonderd acetyleen) - Inspectie tijdens het vullen. Opmerking: de EN ISO versie van deze standaard mag ook worden gebruikt. |
| (7) a) | ISO 10691:2004 | Gasflessen - Hervulbare gelaste stalen flessen voor vloeibaar gas (LPG) - Procedures voor de controle voor, tijdens en na het vullen |
| (7) a) | ISO 11755:2005 | Gasflessen - Flessenbundels voor samengeperste en vloeibaar gemaakte gassen (uitgezonderd acetyleen) - Inspectie tijdens het vullen |
| (7) a) en (10) p | EN ISO 11372:2011 | Gasflessen - Acetyleenflessen - Afvulvoorwaarden en afvulinspectie |
| (7) a) en (10) p | EN ISO 13088:2012 + A1:2020 | Gasflessen - Acetyleenflessenbundels - Afvulvoorwaarden en afvulinspectie |
| (7) en (10) ta b) | EN 1439:2021 | LPG uitrusting en toebehoren - Procedure voor de controle van een hervulbare LPG cilinder voor, tijdens en na het vullen |
| (7) en (10) ta (b) | EN 13952:2017 | LPG uitrusting en toebehoren - Vullen voor LPG-flessen |
(12) Een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek van hervulbare gelaste stalen flessen kan in overeenstemming met verpakkingsbepaling v (2) van paragraaf (10) worden toegelaten, indien de volgende bepalingen worden toegepast.
1. Algemene bepalingen
1.1 De bevoegde autoriteit mag voor de toepassing van deze sectie haar taken en verplichtingen niet delegeren aan Xb-instanties (onderzoeksinstanties van type B) of IS (interne inspectiediensten) (voor de definities van Xb- en IS, zie 6.2.3.6.1).
1.2 De eigenaar van de flessen moet een aanvraag indienen bij de bevoegde autoriteit om de termijn van 15 jaar toe te laten en moet aantonen dat voldaan is aan de voorschriften van de subparagrafen 2, 3 en 4.
1.3 Flessen vervaardigd na 1 januari 1999 moeten in overeenstemming met de volgende normen zijn vervaardigd:
- EN 1442; of
- EN 13322-1; of
- Bijlage I, delen 1 t/m 3 bij de Richtlijn van de Raad 84/527/EEGa zoals van toepassing overeenkomstig de tabel in 6.2.4.
Voor andere flessen, vervaardigd vóór 1 januari 2009 in overeenstemming met het ADR overeenkomstig een technisch reglement aanvaard door de nationale bevoegde autoriteit, mag een termijn van 15 jaar worden geaccepteerd, indien de veiligheid ervan gelijkwaardig is aan de bepalingen van het ADR zoals van toepassing op het moment van de aanvraag.
a Richtlijn van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten die betrekking hebben op gelaste gasflessen van ongelegeerd staal, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. L 300 van 19 november 1984.
1.4 De eigenaar moet gedocumenteerd bewijsmateriaal aan de bevoegde autoriteit overleggen waardoor wordt aangetoond dat de flessen voldoen aan de bepalingen van subparagraaf 1.3. De bevoegde autoriteit moet controleren of aan deze voorwaarden is voldaan.
1.5 De bevoegde autoriteit moet nagaan of aan de bepalingen van de subparagrafen 2 en 3 is voldaan en of zij correct zijn toegepast. Als aan alle bepalingen is voldaan, moet zij de termijn van 15 jaar voor de flessen goedkeuren. In deze goedkeuring moet het type fles (zoals aangegeven in de typegoedkeuring) of een groep van flessen (zie de Opmerking) die onder deze goedkeuring vallen duidelijk zijn geïdentificeerd. De goedkeuring moet worden afgeleverd aan de eigenaar; de bevoegde autoriteit moet een kopie bewaren. De eigenaar moet de documenten bewaren zo lang als een termijn van 15 jaar voor de flessen is toegelaten.
Opmerking: Een groep van flessen wordt gedefinieerd op grond van de data van productie van identieke flessen binnen een bepaalde periode, gedurende welke de bepalingen van het ADR die van toepassing zijn en van het technische reglement dat door de bevoegde autoriteit is aanvaard, niet zijn gewijzigd wat betreft hun technische inhoud. Voorbeeld: Flessen van identiek ontwerp en identieke inhoud, die zijn vervaardigd overeenkomstig de bepalingen van het ADR zoals van toepassing tussen 1 januari 1985 en 31 december 1988 gecombineerd met een technisch reglement aanvaard door de bevoegde autoriteit van toepassing gedurende dezelfde periode, zijn een groep in de zin van de bepalingen van deze paragraaf.
1.6 De bevoegde autoriteit moet toezicht houden op de eigenaar van de flessen wat betreft de naleving van de bepalingen van het ADR en de goedkeuring, al naar gelang, maar ten minste elke drie jaar of indien wijzigingen in de procedures worden ingevoerd.
2. Operationele bepalingen
2.1 Flessen waarvoor een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek is toegelaten, mogen uitsluitend worden gevuld in vulcentra die een gedocumenteerd kwaliteitssysteem toepassen om te waarborgen dat aan alle bepalingen van paragraaf (7) van de verpakkingsinstructie en aan de vereisten en verantwoordelijkheden uit EN 1439:2021 (of tot en met 31 december 2024, EN 1439:2017) en EN 13952:2017 is voldaan en dat zij op correcte wijze worden toegepast.
2.2 De bevoegde autoriteit moet verifiëren of aan deze voorschriften is voldaan en dit in voorkomend geval, maar ten minste elke 3 jaar of indien wijzigingen in de procedures zijn ingevoerd, controleren.
2.3 De eigenaar moet aan de bevoegde autoriteit gedocumenteerd bewijsmateriaal verschaffen om aan te tonen dat het vulcentrum voldoet aan de bepalingen van subparagraaf 2.1.
2.4 Indien een vulcentrum gelegen is in een andere Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR, moet de eigenaar aanvullend bewijsmateriaal verschaffen om aan te tonen dat het vulcentrum dienovereenkomstig door de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR wordt gecontroleerd.
2.5 Teneinde inwendige corrosie te voorkomen, mogen uitsluitend gassen van hoge kwaliteit met zeer lage mogelijkheden tot contaminatie in de flessen worden gevuld. Hieraan wordt geacht te zijn voldaan, indien de gassen voldoen aan de beperkingen voor bijtende werking als vastgelegd in ISO 9162:1989.
3. Bepalingen voor de kwalificatie en het periodiek onderzoek
3.1 Flessen van een type of groep die reeds in gebruik zijn, waarvoor een termijn van 15 jaar is toegelaten en waarop de termijn van 15 jaar is toegepast, moeten worden onderworpen aan een periodiek onderzoek overeenkomstig 6.2.3.5.
Opmerking: Wat betreft de definitie van een groep van flessen, zie de Opmerking bij subparagraaf 1.5.
3.2 Indien een fles met een termijn van 15 jaar de hydraulische proefpersing tijdens een periodiek onderzoek niet doorstaat, bijv. door te barsten of door lekkage, moet de eigenaar een onderzoek instellen naar de oorzaak van het defect en hierover een rapport opmaken en nagaan of andere flessen (bijv. van hetzelfde type of dezelfde groep) aangetast zijn. In het laatste geval moet de eigenaar de bevoegde autoriteit informeren. De bevoegde autoriteit moet dan besluiten tot geschikte maatregelen en de bevoegde autoriteiten bij alle andere Overeenkomstsluitende Partijen bij het ADR dienovereenkomstig inlichten.
3.3 Indien inwendige corrosie zoals gedefinieerd in de toegepaste norm (zie subparagraaf 1.3) is ontdekt, moet de fles aan het gebruik worden onttrokken en mag geen verdere periode voor het vullen en het vervoer worden toegelaten.
3.4 Flessen waarvoor een tijdsduur van 15 jaar is toegelaten, mogen alleen worden uitgerust met afsluiters die zijn ontworpen en vervaardigd voor een gebruiksduur van ten minste 15 jaar overeenkomstig EN ISO 14245:2010; EN ISO 14245:2019, EN ISO 14245:2021, EN ISO 15995:2010, EN ISO 15995:2019 of EN ISO 15995:2021. Na een periodiek onderzoek moet een nieuwe afsluiter op de fles worden gemonteerd, behalve in het geval van met de hand bediende afsluiters, die zijn gereviseerd of onderzocht overeenkomstig EN 14912:2022; deze mogen opnieuw worden gemonteerd, indien zij geschikt zijn voor een gebruiksperiode van nog eens 15 jaar. Revisie of onderzoek mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant van de afsluiters of overeenkomstig zijn technische instructie door een onderneming die gekwalificeerd is voor dit werk en die functioneert volgens een gedocumenteerd kwaliteitssysteem.
4. Kenmerking
Flessen waarvoor een termijn van 15 jaar voor het periodieke onderzoek is toegelaten overeenkomstig deze paragraaf moeten bovendien duidelijk en leesbaar van het kenmerk “P15Y” zijn voorzien. Deze kenmerking moet worden verwijderd indien de fles niet langer voor een termijn van 15 jaar is toegelaten.
Opmerking: Deze kenmerking is niet van toepassing op flessen die zijn onderworpen aan het overgangsvoorschrift in 1.6.2.9, 1.6.2.10 of aan de bepalingen van de bijzondere verpakkingsbepaling v(1) van paragraaf (10) van deze verpakkingsinstructie.
(13) Een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek van naadloze flessen van staal en aluminiumlegeringen en batterijen van dergelijke flessen kan in overeenstemming met bijzondere verpakkingsinstructie ua of va van paragraaf (10) worden toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1. Algemene bepalingen
1.1 De bevoegde autoriteit mag voor de toepassing van deze paragraaf haar taken en verplichtingen niet delegeren aan Xb-instanties (onderzoeksinstanties van type B) of IS (interne inspectiediensten) (voor de definities van Xb- en IS, zie 6.2.3.6.1).
1.2 De eigenaar van de flessen of flessenbatterijen moet een aanvraag indienen bij de bevoegde autoriteit om de termijn van 15 jaar toe te laten en moet aantonen dat voldaan is aan de voorschriften van de subparagrafen 2, 3 en 4.
1.3 Flessen vervaardigd na 1 januari 1999 moeten in overeenstemming met een van de volgende normen zijn vervaardigd:
- EN 1964-1 of EN 1964-2; of
- EN 1975; of
- EN ISO 9809-1 of EN ISO 9802-2; of
- EN ISO 7866; of
- Bijlage I, delen 1 t/m 3, bij Richtlijn 84/527/EEGb en Richtlijn 84/526/EEGc van de Raad zoals van toepassing ten tijde van de vervaardiging (zie ook de tabel in 6.2.4.1).
Voor andere flessen, vervaardigd vóór 1 januari 2009 in overeenstemming met het ADR overeenkomstig een door de nationale bevoegde autoriteit aanvaard technisch reglement, mag voor het periodiek onderzoek een termijn van 15 jaar worden geaccepteerd, indien de veiligheid ervan gelijkwaardig is aan de veiligheid als gewaarborgd door de bepalingen van het ADR zoals van toepassing op het moment van de aanvraag.
Opmerking: Aan deze bepaling wordt geacht te zijn voldaan als de fles is herbeoordeeld overeenkomstig de procedure voor herbeoordeling van de conformiteit beschreven in bijlage III bij Richtlijn 2010/35/EU van 16 juni 2010 of bijlage IV, deel II, bij Richtlijn 1999/36/EG van 29 april 1999.
Voor flessen en flessenbatterijen gekenmerkt met het in 6.2.2.7.2 (a) gespecificeerde verpakkingssymbool van de VN wordt een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek niet toegestaan.
b Richtlijn 84/525/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake naadloze stalen gasflessen, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. L 300 van 19 november 1984.
c Richtlijn 84/526/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake naadloze gasflessen van niet-gelegeerd aluminium en van een aluminiumlegering, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. L 300 van 19 november 1984.
1.4 Flessenbatterijen moeten zodanig worden geconstrueerd dat het contact tussen de flessen langs hun lengteas niet leidt tot uitwendige corrosie. De steunen en de beugels die de flessen op hun plaats houden zijn zodanig dat het risico van corrosie van de flessen minimaal is. Schokdempend materiaal voor gebruik in de steunen is alleen toegestaan als het is behandeld ter preventie van waterabsorptie. Voorbeelden van geschikte materialen zijn waterbestendig riemwerk en rubber.
1.5 De eigenaar moet gedocumenteerd bewijsmateriaal aan de bevoegde autoriteit overleggen waardoor wordt aangetoond dat de flessen voldoen aan de bepalingen van subparagraaf 1.3. De bevoegde autoriteit moet controleren of aan deze voorwaarden is voldaan.
1.6 De bevoegde autoriteit moet nagaan of aan de bepalingen van de subparagrafen 2 en 3 is voldaan en of zij correct zijn toegepast. Als aan alle bepalingen is voldaan, moet zij de termijn van 15 jaar voor periodiek onderzoek van de flessen of flessenbatterijen goedkeuren. In deze goedkeuring moet een groep van flessen (zie de Opmerking hieronder) die onder deze goedkeuring valt duidelijk zijn geïdentificeerd. De goedkeuring moet worden afgeleverd aan de eigenaar; de bevoegde autoriteit moet een kopie bewaren. De eigenaar moet de documenten bewaren zolang als een termijn van 15 jaar voor de flessen is toegelaten.
Opmerking: Een groep van flessen wordt gedefinieerd op grond van de data van productie van identieke flessen binnen een bepaalde periode, gedurende welke de toepasselijke bepalingen van het ADR en van het technische reglement dat door de bevoegde autoriteit is aanvaard, niet zijn gewijzigd wat betreft hun technische inhoud. Voorbeeld: Flessen van identiek ontwerp en identieke inhoud die zijn vervaardigd overeenkomstig de bepalingen van het ADR zoals van toepassing tussen 1 januari 1985 en 31 december 1988 gecombineerd met een door de bevoegde autoriteit aanvaard technisch reglement dat gedurende dezelfde periode van toepassing was, zijn een groep in de zin van de bepalingen van deze paragraaf.
1.7 De eigenaar moet naleving van de bepalingen van het ADR en van de goedkeuring, voor zover verleend, waarborgen en hiervan op verzoek doch ten minste elke drie jaar of wanneer significante wijzigingen in de procedures worden doorgevoerd, bewijs overleggen aan de bevoegde autoriteit.
2. Operationele bepalingen
2.1 Flessen of flessenbatterijen waarvoor een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek is toegelaten, mogen uitsluitend worden gevuld in vulcentra die een gedocumenteerd en gecertificeerd kwaliteitssysteem toepassen om te waarborgen dat aan alle bepalingen van paragraaf (7) van deze verpakkingsinstructie en aan de vereisten en verantwoordelijkheden van EN ISO 24431:2016 of EN 13365:2002, naar gelang van toepassing, is voldaan en dat zij op correcte wijze worden toegepast. Het kwaliteitssysteem, overeenkomstig ISO 9000 (reeks) of een daaraan gelijkwaardige norm, moet zijn gecertificeerd door een onafhankelijke en geaccrediteerde instelling die door de bevoegde autoriteit is erkend. Dit omvat ook de procedures voor inspecties voor en na het vullen en het afvulproces voor flessen, flessenbatterijen en afsluiters.
2.2 Flessen van aluminiumlegeringen en batterijen van dergelijke flessen zonder restdrukventiel waarvoor een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek is toegelaten, moeten voor het afvullen steeds worden gecontroleerd in overeenstemming met een gedocumenteerde procedure die in ieder geval het volgende behelst:
• Open de flesafsluiter of de hoofdafsluiter van de flessenbatterij ter controle op restdruk;
• Als er gas vrijkomt, mag de fles of flessenbatterij worden gevuld;
• Als er geen gas vrijkomt, moet het inwendige van de fles of flessenbatterij worden gecontroleerd op verontreiniging;
• Als er geen verontreiniging wordt aangetroffen mag de fles of flessenbatterij worden gevuld;
• Als er wel verontreiniging wordt aangetroffen moeten maatregelen worden genomen om die ongedaan te maken.
2.3 Naadloze stalen flessen voorzien van een restdrukventiel en batterijen van naadloze stalen flessen voorzien van een of meer hoofdafsluiters met een restdrukventiel waarvoor een termijn van 15 jaar is toegelaten voor het periodiek onderzoek moeten voorafgaand aan het afvullen steeds worden gecontroleerd in overeenstemming met een gedocumenteerde procedure die in ieder geval het volgende behelst:
• Open de flesafsluiter of de hoofdafsluiter van de flessenbatterij ter controle op restdruk;
• Als er gas vrijkomt, mag de fles of de flessenbatterij worden gevuld;
• Als er geen gas vrijkomt, moet het functioneren van de restdrukinrichting worden gecontroleerd;
• Als uit de controle blijkt dat de restdrukinrichting de druk heeft vastgehouden, mag de fles of de flessenbatterij worden gevuld;
• Als uit de controle blijkt dat de restdrukinrichting de druk niet heeft vastgehouden, moet het inwendige van de fles of de flessenbatterij worden gecontroleerd op verontreiniging:
- Als er geen verontreiniging wordt aangetroffen mag de fles of flessenbatterij worden gevuld nadat de restdrukinrichting is gerepareerd of vervangen;
- Als er wel verontreiniging wordt aangetroffen moeten maatregelen worden genomen om die ongedaan te maken.
2.4 Ter preventie van inwendige corrosie mogen flessen of flessenbatterijen uitsluitend worden gevuld met hoogwaardige gassen die een zeer laag verontreinigingsrisico met zich meebrengen. Aan deze voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan als de compatibiliteit van de gassen/materialen aanvaardbaar is overeenkomstig EN ISO 11114-1:2020 + A1:2023 en EN ISO11114-2:2021 en de kwaliteit van het gas voldoet aan de specificaties van EN ISO 14175:2008 of, voor gassen die niet onder de norm vallen, aan een minimale zuiverheid van 99,5 vol-% en een maximaal vochtgehalte van 40 ml/m³ (ppm). Voor stikstofoxide geldt een minimale zuiverheid van 98 vol-% en een maximaal vochtgehalte van 70 ml/m³ (ppm).
2.5 De eigenaar moet naleving van de voorschriften van 2.1 tot en met 2.4 waarborgen en hiervan op verzoek doch ten minste elke drie jaar of wanneer significante wijzigingen in de procedures worden doorgevoerd, gedocumenteerd bewijsmateriaal overleggen aan de bevoegde autoriteit.
2.6 Indien een vulcentrum gelegen is in een andere ADR-Verdragsstaat, moet de eigenaar op verzoek aanvullend gedocumenteerd bewijsmateriaal verschaffen aan de bevoegde autoriteit om aan te tonen dat het vulcentrum dienovereenkomstig door de bevoegde autoriteit van die Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR wordt gecontroleerd. Zie ook 1.2.
3. Bepalingen voor de kwalificatie en het periodiek onderzoek
3.1 Voor flessen en flessenbatterijen die reeds in gebruik zijn en ten aanzien waarvan aan de voorwaarden van subparagraaf 2 wordt voldaan sinds het meest recente naar tevredenheid van de bevoegde autoriteit uitgevoerde periodiek onderzoek, mag de termijn tot 15 jaar worden uitgebreid vanaf de datum van het meest recente periodiek onderzoek. In andere gevallen wordt de termijn van 10 in 15 jaar gewijzigd op het moment van het periodiek onderzoek. In het rapport van het periodiek onderzoek moet worden vermeld dat de betreffende fles of flessenbatterij zo nodig moet worden uitgerust met een restdrukinrichting. De bevoegde autoriteit kan ook ander gedocumenteerd bewijsmateriaal aanvaarden.
3.2 Indien een fles met een termijn van 15 jaar de proefpersing tijdens een periodiek onderzoek niet doorstaat, bijv. door te barsten of door lekkage, of indien aan de hand van niet-destructief onderzoek (NDO) tijdens een periodiek onderzoek een ernstig defect aan het licht komt, moet de eigenaar een onderzoek instellen naar de oorzaak van het defect en hierover een rapport opmaken en nagaan of andere flessen (bijv. van hetzelfde type of dezelfde groep) aangetast zijn. In het laatste geval moet de eigenaar de bevoegde autoriteit hiervan in kennis stellen. De bevoegde autoriteit moet dan besluiten tot geschikte maatregelen en de bevoegde autoriteiten van alle andere Overeenkomstsluitende Partijen bij het ADR dienovereenkomstig inlichten.
3.3 Indien inwendige corrosie en andere defecten zoals gedefinieerd in de normen voor het periodiek onderzoek (zie 6.2.4) zijn ontdekt, moet de fles aan het gebruik worden onttrokken en mag geen verdere periode voor het vullen en het vervoer worden toegelaten.
3.4 Flessen of flessenbatterijen waarvoor een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek is toegelaten, mogen alleen worden uitgerust met afsluiters die zijn ontworpen en beproefd overeenkomstig EN 849 of EN ISO 10297 zoals van toepassing op het moment van vervaardiging (zie ook de tabel in 6.2.4.1). Na een periodiek onderzoek moet een nieuwe afsluiter op de fles worden gemonteerd, behalve in het geval van afsluiters die zijn gereviseerd of onderzocht overeenkomstig EN 22434:2022; deze mogen opnieuw worden gemonteerd.
4. Kenmerking
Flessen en flessenbatterijen waarvoor een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek is toegelaten overeenkomstig deze paragraaf moeten zijn voorzien van de datum (het jaar) van het eerstvolgende periodieke onderzoek zoals bepaald in sectie 5.2.1.6 (c) en bovendien duidelijk en leesbaar van het kenmerk “P15Y” zijn voorzien. Dit kenmerk moet worden verwijderd indien de fles of flessenbatterij niet langer voor een termijn van 15 jaar voor het periodiek onderzoek is toegelaten.
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| UN 1002 LUCHT, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | ua, va |
| UN 1006 ARGON, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | ua, va |
| UN 1016 KOOLMONOXIDE, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1TF |
| LC50 ml/m³ | 3760 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | u |
| UN 1023 STADSGAS, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1TF |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| UN 1045 FLUOR, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1TOC |
| LC50 ml/m³ | 185 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 200 |
| Hoogste bedrijfsdruk, bar | 30 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | a, k, n, o |
| UN 1046 HELIUM, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | ua, va |
| UN 1049 WATERSTOF, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | d, ua, va |
| UN 1056 KRYPTON, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | ua, va |
| UN 1065 NEON, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | ua, va |
| UN 1066 STIKSTOF, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | ua, va |
| UN 1071 OLIEGAS, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1TF |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| UN 1072 ZUURSTOF, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1O |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | s, ua, va |
| UN 1612 MENGSEL VAN HEXAETHYLTETRAFOSFAAT EN SAMENGEPERST GAS | |
| Classificatiecode | 1T |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z |
| UN 1660 STIKSTOFMONOXIDE, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1TOC |
| LC50 ml/m³ | 115 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 225 |
| Hoogste bedrijfsdruk, bar | 33 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | k, o |
| UN 1953 SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, BRANDBAAR, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1TF |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z |
| UN 1954 SAMENGEPERST GAS, BRANDBAAR, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z, ua, va |
| UN 1955 SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1T |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z |
| UN 1956 SAMENGEPERST GAS, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z, ua, va |
| UN 1957 DEUTERIUM, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | d, ua, va |
| UN 1964 MENGSEL VAN KOOLWATERSTOFGASSEN, SAMENGEPERST, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z, ua, va |
| UN 1971 METHAAN, SAMENGEPERST, of AARDGAS, SAMENGEPERST, met hoog methaangehalte | |
| Classificatiecode | 1F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | ua, va |
| UN 2034 MENGSEL VAN WATERSTOF EN METHAAN, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | d, ua, va |
| UN 2190 ZUURSTOFDIFLUORIDE, SAMENGEPERST | |
| Classificatiecode | 1TOC |
| LC50 ml/m³ | 2,6 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 200 |
| Hoogste bedrijfsdruk, bar | 30 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | a, k, n, o |
| UN 3156 SAMENGEPERST GAS, OXIDEREND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1O |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z, ua, va |
| UN 3303 SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, OXIDEREND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1TO |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z |
| UN 3304 SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, BIJTEND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1TC |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z |
| UN 3305 SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, BRANDBAAR, BIJTEND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1TFC |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z |
| UN 3306 SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, OXIDEREND, BIJTEND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 1TOC |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsvoorschriften | z |
Per gas staan alleen de kolommen met een waarde. Kolommen in de bron: UN-nummer, benaming en omschrijving, classificatiecode, LC50 ml/m³, flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen, beproevingsinterval in jarend, beproevingsdruk in bare, hoogste bedrijfsdruk in bare en bijzondere verpakkingsvoorschriften (zie (10)). Bij "Toegestane drukhouders" staan de soorten met een X in de bron.
d Niet van toepassing op drukhouders van composietmaterialen.
e Daar waar posities opengelaten zijn, mag de bedrijfsdruk niet meer bedragen dan 2/3 van de beproevingsdruk.
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| UN 1001 ACETYLEEN, OPGELOST | |
| Classificatiecode | 4F |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 60 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | c, p |
| UN 1005 AMMONIAK, WATERVRIJ | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 4000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 29 |
| Vullingsgraad | 0,54 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b, ra |
| UN 1008 BOORTRIFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 864 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 225 / 0,715; 300 / 0,86 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a |
| UN 1009 BROOMTRIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 13B1) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 42 / 1,13; 120 / 1,44; 250 / 1,60 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1010 BUTADIENEN, GESTABILISEERD (1,2-butadieen); of | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,59 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1010 BUTADIENEN, GESTABILISEERD (1,3-butadieen); of | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,55 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1010 MENGSEL VAN BUTADIENEN EN KOOLWATERSTOF, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,50 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, v, z |
| UN 1011 BUTAAN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,52 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, v |
| UN 1012 BUTEEN (mengsel van butenen) of | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,50 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1012 BUTEEN (1-buteen) of | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,53 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1012 BUTEEN (cis-2-Buteen) of | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,55 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1012 BUTEEN (trans-2-Buteen) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,54 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1013 KOOLDIOXIDE | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 190 / 0,68; 250 / 0,76 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, ua, va |
| UN 1017 CHLOOR | |
| Classificatiecode | 2TOC |
| LC50 ml/m³ | 293 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 22 |
| Vullingsgraad | 1,25 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 1018 CHLOORDIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 22) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 27 |
| Vullingsgraad | 1,03 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1020 CHLOORPENTAFLUORETHAAN (KOELGAS R 115) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 25 |
| Vullingsgraad | 1,05 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1021 1-CHLOOR-1,2,2,2-TETRAFLUORETHAAN (KOELGAS R 124) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 11 |
| Vullingsgraad | 1,20 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1022 CHLOORTRIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 13) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 100 / 0,83; 120 / 0,90; 190 / 1,04; 250 / 1,11 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1026 DICYAAN | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 350 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 100 |
| Vullingsgraad | 0,70 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, u |
| UN 1027 CYCLOPROPAAN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 18 |
| Vullingsgraad | 0,55 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1028 DICHLOORDIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 12) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 16 |
| Vullingsgraad | 1,15 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1029 DICHLOORFLUORMETHAAN (KOELGAS R 21) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,23 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1030 1,1-DIFLUORETHAAN (KOELGAS R 152a) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 16 |
| Vullingsgraad | 0,79 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1032 DIMETHYLAMINE, WATERVRIJ | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,59 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b, ra |
| UN 1033 DIMETHYLETHER | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 18 |
| Vullingsgraad | 0,58 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1035 ETHAAN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 95 / 0,25; 120 / 0,30; 300 / 0,40 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1036 ETHYLAMINE | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,61 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b, ra |
| UN 1037 ETHYLCHLORIDE | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,80 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 1039 METHYLETHYLETHER | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,64 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1040 ETHYLEENOXIDE, of ETHYLEENOXIDE MET STIKSTOF tot een totale druk van ten hoogste 1MPa (10 bar) bij 50 °C | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 2900 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 15 |
| Vullingsgraad | 0,78 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | l, ra |
| UN 1041 MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN KOOLDIOXIDE met meer dan 9%, maar ten hoogste 87% ethyleenoxide | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 190 / 0,66; 250 / 0,75 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1043 MESTSTOF, OPLOSSING met niet-gebonden ammoniak | |
| Classificatiecode | 4A |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b, z |
| UN 1048 BROOMWATERSTOF, WATERVRIJ | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 2860 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 60 |
| Vullingsgraad | 1,51 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, d, ra |
| UN 1050 CHLOORWATERSTOF, WATERVRIJ | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 2810 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 100 / 0,30; 120 / 0,56; 150 / 0,67; 200 / 0,74 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, d, ra |
| UN 1053 ZWAVELWATERSTOF | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 712 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 48 |
| Vullingsgraad | 0,67 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | d, ra, u |
| UN 1055 ISOBUTYLEEN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,52 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1058 VLOEIBAAR GEMAAKTE GASSEN, niet-brandbaar, onder een atmosfeer van stikstof, kooldioxide of lucht | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1060 MENGSEL VAN METHYLACETYLEEN EN PROPADIEEN, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | c, ra, z |
| UN 1060, Propadieen met 1% t/m 4% methylacetyleen | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 22 |
| Vullingsgraad | 0,52 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | c, ra |
| UN 1060, Mengsel P1 | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 30 |
| Vullingsgraad | 0,49 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | c, ra |
| UN 1060, Mengsel P2 | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 24 |
| Vullingsgraad | 0,47 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | c, ra |
| UN 1061 METHYLAMINE, WATERVRIJ | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 13 |
| Vullingsgraad | 0,58 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b, ra |
| UN 1062 METHYLBROMIDE met ten hoogste 2% chloorpikrine | |
| Classificatiecode | 2T |
| LC50 ml/m³ | 850 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,51 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a |
| UN 1063 METHYLCHLORIDE (KOELGAS R 40) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 17 |
| Vullingsgraad | 0,81 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 1064 METHYLMERCAPTAAN | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 1350 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,78 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | d, ra, u |
| UN 1067 DISTIKSTOFTETROXIDE (STIKSTOFDIOXIDE) | |
| Classificatiecode | 2TOC |
| LC50 ml/m³ | 115 |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,30 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k |
| UN 1069 NITROSYLCHLORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 35 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 13 |
| Vullingsgraad | 1,10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, ra |
| UN 1070 DISTIKSTOFOXIDE | |
| Classificatiecode | 2O |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 180 / 0,68; 225 / 0,74; 250 / 0,75 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ua, va |
| UN 1075 PETROLEUMGASSEN, VLOEIBAAR GEMAAKT | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | v, z |
| UN 1076 FOSGEEN | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 5 |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 20 |
| Vullingsgraad | 1,23 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, k, ra |
| UN 1077 PROPEEN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 27 |
| Vullingsgraad | 0,43 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1078 KOELGAS, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1078, Mengsel F1 | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 12 |
| Vullingsgraad | 1,23 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1078, Mengsel F2 | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 18 |
| Vullingsgraad | 1,15 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1078, Mengsel F3 | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 29 |
| Vullingsgraad | 1,03 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 1079 ZWAVELDIOXIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 2520 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 12 |
| Vullingsgraad | 1,23 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1080 ZWAVELHEXAFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 70 / 1,06; 140 / 1,34; 160 / 1,38 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, ua, va |
| UN 1081 TETRAFLUORETHYLEEN, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 200 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | m, o, ra |
| UN 1082 CHLOORTRIFLUORETHYLEEN, GESTABILISEERD (KOELGAS R1113) | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 2000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 19 |
| Vullingsgraad | 1,13 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, u |
| UN 1083 TRIMETHYLAMINE, WATERVRIJ | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,56 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b, ra |
| UN 1085 VINYLBROMIDE, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,37 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 1086 VINYLCHLORIDE, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 12 |
| Vullingsgraad | 0,81 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 1087 VINYLMETHYLETHER, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,67 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1581 MENGSEL VAN CHLOORPIKRINE EN METHYLBROMIDE met meer dan 2% chloorpikrine | |
| Classificatiecode | 2T |
| LC50 ml/m³ | 850 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,51 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a |
| UN 1582 MENGSEL VAN CHLOORPIKRINE EN METHYLCHLORIDE | |
| Classificatiecode | 2T |
| LC50 ml/m³ | f |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 17 |
| Vullingsgraad | 0,81 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a |
| UN 1589 CHLOORCYAAN, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 80 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 20 |
| Vullingsgraad | 1,03 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k |
| UN 1741 BORIUMTRICHLORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 2541 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,19 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 1749 CHLOORTRIFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TOC |
| LC50 ml/m³ | 299 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 30 |
| Vullingsgraad | 1,40 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a |
| UN 1858 HEXAFLUORPROPEEN (KOELGAS R 1216) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 22 |
| Vullingsgraad | 1,11 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1859 SILICIUMTETRAFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 922 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 200 / 0,74; 300 / 1,10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a |
| UN 1860 VINYLFLUORIDE, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 250 |
| Vullingsgraad | 0,64 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 1911 DIBORAAN | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 80 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 250 |
| Vullingsgraad | 0,07 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | d, k, o |
| UN 1912 MENGSEL VAN METHYLCHLORIDE EN DICHLOORMETHAAN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 17 |
| Vullingsgraad | 0,81 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 1952 MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN KOOLDIOXIDE met ten hoogste 9% ethyleenoxide | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 190 / 0,66; 250 / 0,75 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1958 1,2-DICHLOOR-1,1,2,2-TETRAFLUORETHAAN (KOELGAS R 114) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,30 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1959 1,1-DIFLUORETHYLEEN (KOELGAS R 1132a) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 250 |
| Vullingsgraad | 0,77 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1962 ETHYLEEN (ETHEEN) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 225 / 0,34; 300 / 0,38 |
| UN 1965 MENGSEL VAN KOOLWATERSTOFGASSEN, VLOEIBAAR GEMAAKT, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Vullingsgraad | g |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, ta, v, z |
| UN 1965, Mengsel A | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,50 |
| UN 1965, Mengsel A01 | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 15 |
| Vullingsgraad | 0,49 |
| UN 1965, Mengsel A02 | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 15 |
| Vullingsgraad | 0,48 |
| UN 1965, Mengsel A0 | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 15 |
| Vullingsgraad | 0,47 |
| UN 1965, Mengsel A1 | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 20 |
| Vullingsgraad | 0,46 |
| UN 1965, Mengsel B1 | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 25 |
| Vullingsgraad | 0,45 |
| UN 1965, Mengsel B2 | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 25 |
| Vullingsgraad | 0,44 |
| UN 1965, Mengsel B | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 25 |
| Vullingsgraad | 0,43 |
| UN 1965, Mengsel C | |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 30 |
| Vullingsgraad | 0,42 |
| UN 1967 INSECTICIDE, GAS, GIFTIG, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2T |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | z |
| UN 1968 INSECTICIDE, GAS, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1969 ISOBUTAAN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,49 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, v |
| UN 1973 MENGSEL VAN CHLOORDIFLUORMETHAAN EN CHLOORPENTAFLUORETHAAN, met een vast kookpunt, dat ca. 49% chloordifluormethaan bevat (KOELGAS R 502) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 31 |
| Vullingsgraad | 1,01 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1974 BROOMCHLOORDIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 12B1) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,61 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1975 MENGSEL VAN STIKSTOFMONOXIDE EN DISTIKSTOFTETROXIDE (MENGSEL VAN STIKSTOFMONOXIDE EN STIKSTOFDIOXIDE) | |
| Classificatiecode | 2TOC |
| LC50 ml/m³ | 115 |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, z |
| UN 1976 OCTAFLUORCYCLOBUTAAN (KOELGAS RC 318) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 11 |
| Vullingsgraad | 1,32 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | Ra |
| UN 1978 PROPAAN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 23 |
| Vullingsgraad | 0,43 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, v |
| UN 1982 TETRAFLUORMETHAAN (KOELGAS R 14) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 200 / 0,71; 300 / 0,90 |
| UN 1983 1-CHLOOR-2,2,2-TRIFLUORETHAAN (KOELGAS R 133a) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,18 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 1984 TRIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 23) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 190 / 0,88; 250 / 0,96 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2035 1,1,1-TRIFLUORETHAAN (KOELGAS R 143a) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 35 |
| Vullingsgraad | 0,73 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2036 XENON | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 130 |
| Vullingsgraad | 1,28 |
| UN 2044 2,2-DIMETHYLPROPAAN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,53 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2073 AMMONIAKOPLOSSING, relatieve dichtheid minder dan 0,880 bij 15 °C in water, | |
| Classificatiecode | 4A |
| UN 2073, met meer dan 35%, maar ten hoogste 40% ammoniak | |
| Classificatiecode | 4A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,80 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b |
| UN 2073, met meer dan 40%, maar ten hoogste 50% ammoniak | |
| Classificatiecode | 4A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 12 |
| Vullingsgraad | 0,77 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b |
| UN 2188 ARSEENWATERSTOF | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 178 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 42 |
| Vullingsgraad | 1,10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | d, k |
| UN 2189 DICHLOORSILAAN | |
| Classificatiecode | 2TFC |
| LC50 ml/m³ | 314 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 10 / 0,90; 200 / 1,08 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a |
| UN 2191 SULFURYLFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2T |
| LC50 ml/m³ | 3020 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 50 |
| Vullingsgraad | 1,10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | u |
| UN 2192 GERMAANWATERSTOFh | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 620 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 250 |
| Vullingsgraad | 0,064 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | d, q, r, ra |
| UN 2193 HEXAFLUORETHAAN (KOELGAS R 116) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 200 |
| Vullingsgraad | 1,13 |
| UN 2194 SELEENHEXAFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 50 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 36 |
| Vullingsgraad | 1,46 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, ra |
| UN 2195 TELLUURHEXAFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 25 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 20 |
| Vullingsgraad | 1,00 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, ra |
| UN 2196 WOLFRAAMHEXAFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 218 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 3,08 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ra |
| UN 2197 JOODWATERSTOF, WATERVRIJ | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 2860 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 23 |
| Vullingsgraad | 2,25 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, d, ra |
| UN 2198 FOSFORPENTAFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 261 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 200 / 0,90; 300 / 1,25 |
| UN 2199 FOSFINEh | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 20 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 225 / 0,30; 250 / 0,45 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | d, k, q, ra |
| UN 2200 PROPADIEEN, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 22 |
| Vullingsgraad | 0,50 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2202 SELEENWATERSTOF, WATERVRIJ | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 51 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 31 |
| Vullingsgraad | 1,60 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k |
| UN 2203 SILICUMWATERSTOF (SILAAN)h | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 225 / 0,32; 250 / 0,36 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | q |
| UN 2204 CARBONYLSULFIDE | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 1700 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 30 |
| Vullingsgraad | 0,87 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, u |
| UN 2417 CARBONYLFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 360 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 200 / 0,47; 300 / 0,70 |
| UN 2418 ZWAVELTETRAFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 40 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 30 |
| Vullingsgraad | 0,91 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, k, ra |
| UN 2419 BROOMTRIFLUORETHEEN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,19 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2420 HEXAFLUORACETON | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 470 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 22 |
| Vullingsgraad | 1,08 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2421 DISTIKSTOFTRIOXIDE | |
| Classificatiecode | 2TOC |
| Vervoer | VERVOER VERBODEN |
| UN 2422 OCTAFLUORBUTEEN-2 (KOELGAS R 1318) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 12 |
| Vullingsgraad | 1,34 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2424 OCTAFLUORPROPAAN (KOELGAS R 218) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 25 |
| Vullingsgraad | 1,04 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2451 STIKSTOFTRIFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2O |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 200 |
| Vullingsgraad | 0,50 |
| UN 2452 ETHYLACETYLEEN, GESTABILISEERD | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,57 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | c, ra |
| UN 2453 ETHYLFLUORIDE (KOELGAS R 161) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 30 |
| Vullingsgraad | 0,57 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2454 METHYLFLUORIDE (KOELGAS R 41) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 300 |
| Vullingsgraad | 0,63 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2455 METHYLNITRIET | |
| Classificatiecode | 2A |
| Vervoer | VERVOER VERBODEN |
| UN 2517 1-CHLOOR-1,1-DIFLUORETHAAN (KOELGAS R 142b) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,99 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2534 METHYLCHLOORSILAAN | |
| Classificatiecode | 2TFC |
| LC50 ml/m³ | 2810 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 2548 CHLOORPENTAFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TOC |
| LC50 ml/m³ | 122 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 13 |
| Vullingsgraad | 1,49 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, k |
| UN 2599 CHLOORTRIFLUOR-METHAAN EN TRIFLUORMETHAAN, AZEOTROPISCH MENGSEL, dat ca. 60% chloortrifluormethaan bevat (KOELGAS R 503) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 31 / 0,12; 42 / 0,17; 100 / 0,64 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2601 CYCLOBUTAAN | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,63 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2602 AZEOTROPISCH MENGSEL VAN DICHLOORDIFLUORMETHAAN EN DIFLUORETHAAN met ca. 74% dichloordifluormethaan (KOELGAS R 500) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 22 |
| Vullingsgraad | 1,01 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 2676 ANTIMOONWATERSTOF (STIBINE) | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | 178 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 200 |
| Vullingsgraad | 0,49 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, r, ra |
| UN 2901 BROOMCHLORIDE | |
| Classificatiecode | 2TOC |
| LC50 ml/m³ | 290 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,50 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a |
| UN 3057 TRIFLUORACETYLCHLORIDE | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | 10 |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 17 |
| Vullingsgraad | 1,17 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, ra |
| UN 3070 MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN DICHLOORDIFLUORMETHAAN met ten hoogste 12,5% ethyleenoxide | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 18 |
| Vullingsgraad | 1,09 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3083 PERCHLORYLFLUORIDE | |
| Classificatiecode | 2TO |
| LC50 ml/m³ | 770 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 33 |
| Vullingsgraad | 1,21 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | u |
| UN 3153 PERFLUOR(METHYLVINYL)ETHER | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 20 |
| Vullingsgraad | 0,75 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3154 PERFLUOR(ETHYLVINYL)ETHER | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,98 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3157 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, OXIDEREND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2O |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | z |
| UN 3159 1,1,1,2-TETRAFLUORETHAAN (KOELGAS R 134a) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 18 |
| Vullingsgraad | 1,05 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3160 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, BRANDBAAR, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 3161 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, BRANDBAAR, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 3162 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2T |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | z |
| UN 3163 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 3220 PENTAFLUORETHAAN (KOELGAS R 125) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar / vullingsgraad | 49 / 0,95; 35 / 0,87 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3252 DIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 32) | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 48 |
| Vullingsgraad | 0,78 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3296 HEPTAFLUORPROPAAN (KOELGAS R 227) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 13 |
| Vullingsgraad | 1,21 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3297 MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN CHLOORTETRAFLUORETHAAN met ten hoogste 8,8% ethyleenoxide | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 1,16 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3298 MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN PENTAFLUORETHAAN met ten hoogste 7,9% ethyleenoxide | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 26 |
| Vullingsgraad | 1,02 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3299 MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN TETRAFLUORETHAAN met ten hoogste 5,6% ethyleenoxide | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 17 |
| Vullingsgraad | 1,03 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3300 MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN KOOLDIOXIDE met meer dan 87% ethyleenoxide | |
| Classificatiecode | 2TF |
| LC50 ml/m³ | Meer dan 2900 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 28 |
| Vullingsgraad | 0,73 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3307 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, OXIDEREND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2TO |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | z |
| UN 3308 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, BIJTEND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2TC |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 3309 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, BRANDBAAR, BIJTEND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2TFC |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 3310 VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, OXIDEREND, BIJTEND, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2TOC |
| LC50 ml/m³ | ≤ 5000 |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | z |
| UN 3318 AMMONIAKOPLOSSING, relatieve dichtheid minder dan 0,880 bij 15 °C in water, met meer dan 50% ammoniak | |
| Classificatiecode | 4TC |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | b |
| UN 3337 KOELGAS R 404A (Zeotropisch mengsel van pentafluorethaan, 1,1,1-trifluorethaan en 1,1,1,2-tetrafluorethaan met ca. 44% pentafluorethaan en 52% 1,1,1-trifluorethaan) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 36 |
| Vullingsgraad | 0,82 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3338 KOELGAS R 407A (Zeotropisch mengsel van difluormethaan, pentafluorethaan en 1,1,1,2-tetrafluorethaan, met ca. 20% difluormethaan en 40% pentafluorethaan) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 32 |
| Vullingsgraad | 0,94 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3339 KOELGAS R 407B (Zeotropisch mengsel van difluormethaan, pentafluorethaan en 1,1,1,2-tetrafluorethaan, met ca. 10% difluormethaan en 70% pentafluorethaan) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 33 |
| Vullingsgraad | 0,93 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3340 KOELGAS R 407C (Zeotropisch mengsel van difluormethaan, pentafluorethaan en 1,1,1,2-tetrafluorethaan, met ca. 23% difluormethaan en 25% pentafluorethaan) | |
| Classificatiecode | 2A |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 30 |
| Vullingsgraad | 0,95 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra |
| UN 3354 INSECTICIDE, GAS, BRANDBAAR, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 3355 INSECTICIDE, GAS, GIFTIG, BRANDBAAR, N.E.G. | |
| Classificatiecode | 2TF |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | ra, z |
| UN 3374 ACETYLEEN, OPLOSMIDDELVRIJ | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 60 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | c, p |
| UN 3553 DISILAANh | |
| Classificatiecode | 2F |
| Toegestane drukhouders | flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen |
| Beproevingsinterval, jaren | 10 |
| Beproevingsdruk, bar | 225 |
| Vullingsgraad | 0,39 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | q |
Per gas staan alleen de kolommen met een waarde. Kolommen in de bron: UN-nummer, benaming en omschrijving, classificatiecode, LC50 ml/m³, flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen, beproevingsinterval in jarend, beproevingsdruk in bar, vullingsgraad en bijzondere verpakkingsbepalingen (zie (10)). Bij "Toegestane drukhouders" staan de soorten met een X in de bron.
Heeft een gas meer beproevingsdrukken, dan staat elke beproevingsdruk met zijn vullingsgraad als "druk / vullingsgraad", gescheiden door een puntkomma. Regels zonder eigen UN-nummer in de bron (de mengsels onder UN 1060, 1078 en 1965 en de concentraties onder UN 2073) hebben een eigen kaart met het UN-nummer van de regel erboven.
Bij UN 1012 en UN 1078 loopt de cel met de bijzondere verpakkingsbepalingen in de bron door over alle regels van dat UN-nummer; de codes zijn hier bij elke regel herhaald. Bij UN 1965 gelden de kruisjes en de bijzondere verpakkingsbepalingen van de eerste regel voor alle mengsels.
d Niet van toepassing op drukhouders van composietmaterialen.
f Wordt beschouwd als giftig. De LC50-waarde moet nog worden vastgesteld.
g Voor mengsels van UN 1965 is de grootste toegestane vulmassa per liter inhoud als volgt: zie de tabel hieronder.
h Wordt beschouwd als pyrofoor.
| Mengsel | MVP | Hoogst toelaatbare massa van de vulling per liter inhoud | Dichtheid bij 50 °C in kg/l |
|---|---|---|---|
| Mengsel A | 1,1 MPa (11 bar) | 0.50 | 0.525 |
| Mengsel A01 | 1,6 MPa (16 bar) | 0.49 | 0.516 |
| Mengsel A02 | 1,6 MPa (16 bar) | 0.48 | 0.505 |
| Mengsel A0 | 1,6 MPa (16 bar) | 0.47 | 0.495 |
| Mengsel A1 | 2,1 MPa (21 bar) | 0.46 | 0.485 |
| Mengsel B1 | 2,6 MPa (26 bar) | 0.45 | 0.474 |
| Mengsel B2 | 2,6 MPa (26 bar) | 0.44 | 0.463 |
| Mengsel B | 2,6 MPa (26 bar) | 0.43 | 0.450 |
| Mengsel C | 3,1 MPa (31 bar) | 0.42 | 0.440 |
MVP = Maximum dampdruk bij 70 °C
In de bron is dit een grafiek: de dichtheid bij 50 °C staat op de horizontale as (0.440 tot 0.525), de hoogst toelaatbare massa van de vulling per liter inhoud op de verticale as (0.42 tot 0.50), met per mengsel een vlak. De laatste kolom is de dichtheid waar de schuine lijn in de grafiek de trede van dat mengsel raakt.
Opmerking: De bovenstaande grafiek kan worden gebruikt om de juiste vulverhoudingen te bepalen voor de in 2.2.2.3 genoemde mengsels
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| UN 1051 CYAANWATERSTOF, GESTABILISEERD met minder dan 3% water | |
| Klasse | 6.1 |
| Classificatiecode | TF1 |
| LC50 ml/m³ | 40 |
| Toegestane drukhouders | flessen, flessenbatterij |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 100 |
| Vullingsgraad | 0,55 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k |
| UN 1052 FLUORWATERSTOF, WATERVRIJ | |
| Klasse | 8 |
| Classificatiecode | CT1 |
| LC50 ml/m³ | 1307 |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterij |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | 0,84 |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | a, ab, ac |
| UN 1745 BROOMPENTAFLUORIDE | |
| Klasse | 5.1 |
| Classificatiecode | OTC |
| LC50 ml/m³ | 25 |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterij |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | i |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, ab, ad |
| UN 1746 BROOMTRIFLUORIDE | |
| Klasse | 5.1 |
| Classificatiecode | OTC |
| LC50 ml/m³ | 50 |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterij |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | i |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, ab, ad |
| UN 2495 JOODPENTAFLUORIDE | |
| Klasse | 5.1 |
| Classificatiecode | OTC |
| LC50 ml/m³ | 120 |
| Toegestane drukhouders | flessen, drukvaten, flessenbatterij |
| Beproevingsinterval, jaren | 5 |
| Beproevingsdruk, bar | 10 |
| Vullingsgraad | i |
| Bijzondere verpakkingsbepalingen | k, ab, ad |
Per stof staan alleen de kolommen met een waarde. Kolommen in de bron: UN-nummer, benaming en omschrijving, klasse, classificatiecode, LC50 ml/m³, flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterij, beproevingsinterval in jarend, beproevingsdruk in bar, vullingsgraad en bijzondere verpakkingsbepalingen (zie (10)). Bij "Toegestane drukhouders" staan de soorten met een X in de bron.
d Niet van toepassing op drukhouders van composietmaterialen.
i Een vrije ruimte van ten minste 8 vol.-% is voorgeschreven.
De tabel is letterlijk overgenomen en opgemaakt voor kleine schermen.
ADR 2025: 4.1.4 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Waar wordt P200 gebruikt?
Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 178 UN-posities.
ADR 2025
1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.