ADR details voor UN1950 (ADR 2027)
In ADR 2027 verandert in Tabel A niets voor UN 1950. Nederlandse benamingen van nieuwe en gewijzigde regels zijn voorlopig; de officiele vertaling verschijnt op 1 juli 2027. Alle wijzigingen van ADR 2027.
Meer over dit onderwerp
Deze UN-positie is gekoppeld aan relevante thematische ADR-informatie en e-learning.
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), verstikkend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 1 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), verstikkend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, asphyxiant |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, erstickend |
| Franse benaming | AÉROSOLS asphyxiants |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5A |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.2 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 1 L |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 3 |
| Tunnelcode | (E) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12 |
| Bzb voor het bedrijf | |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), bijtend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 2 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), bijtend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, corrosive |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, ätzend |
| Franse benaming | AÉROSOLS corrosifs |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5C |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.2+8 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 1 L |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (E) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12 |
| Bzb voor het bedrijf | |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), bijtend, oxiderend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 3 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), bijtend, oxiderend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, corrosive, oxidizing |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, ätzend, oxidierend |
| Franse benaming | AÉROSOLS corrosifs, comburants |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5CO |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.2+5.1+8 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 1 L |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (E) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12 |
| Bzb voor het bedrijf | |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), brandbaar
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 4 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), brandbaar |
| Engelse benaming | AEROSOLS, flammable |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, entzündbar |
| Franse benaming | AÉROSOLS inflammables |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5F |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.1 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 1 L |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 2 |
| Tunnelcode | (D) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12 |
| Bzb voor het bedrijf | S2 |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), brandbaar, bijtend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 5 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), brandbaar, bijtend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, flammable, corrosive |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, entzündbar, ätzend |
| Franse benaming | AÉROSOLS inflammables, corrosifs |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5FC |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.1+8 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 1 L |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (D) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12 |
| Bzb voor het bedrijf | S2 |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), oxiderend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 6 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), oxiderend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, oxidizing |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN,oxidierend |
| Franse benaming | AÉROSOLS comburants |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5O |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.2+5.1 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 1 L |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 3 |
| Tunnelcode | (E) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12 |
| Bzb voor het bedrijf | |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 7 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig |
| Engelse benaming | AEROSOLS, toxic |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, giftig |
| Franse benaming | AÉROSOLS toxiques |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5T |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.2+6.1 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 120 ml |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (D) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12, CV28 |
| Bzb voor het bedrijf | |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, bijtend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 8 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, bijtend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, toxic, corrosive |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, giftig, ätzend |
| Franse benaming | AÉROSOLS toxiques, corrosifs |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5TC |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.2+6.1+8 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 120 ml |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (D) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12, CV28 |
| Bzb voor het bedrijf | |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, brandbaar
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 9 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, brandbaar |
| Engelse benaming | AEROSOLS, toxic, flammable |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, giftig, entzündbar |
| Franse benaming | AÉROSOLS toxiques, inflammables |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5TF |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.1+6.1 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 120 ml |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (D) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12, CV28 |
| Bzb voor het bedrijf | S2 |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, brandbaar, bijtend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 10 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, brandbaar, bijtend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, toxic, flammable, corrosive |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, giftig, entzündbar, ätzend |
| Franse benaming | AÉROSOLS toxiques, inflammables, corrosifs |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5TFC |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.1+6.1+8 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 120 ml |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (D) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12, CV28 |
| Bzb voor het bedrijf | S2 |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, oxiderend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 11 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, oxiderend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, toxic, oxidizing |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, giftig, oxidierend |
| Franse benaming | AÉROSOLS toxiques, comburants |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5TO |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.2+5.1+6.1 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 120 ml |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (D) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12, CV28 |
| Bzb voor het bedrijf | |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, oxiderend, bijtend
Op het vervoersdocument: UN 1950 SPUITBUSSEN (AËROSOLEN)
Variant 12 van 12
| 1950 |
| UN-nummer | 1950 |
| Benaming en beschrijving | SPUITBUSSEN (AËROSOLEN), giftig, oxiderend, bijtend |
| Engelse benaming | AEROSOLS, toxic, oxidizing, corrosive |
| Duitse benaming | DRUCKGASPACKUNGEN, giftig, oxidierend, ätzend |
| Franse benaming | AÉROSOLS toxiques, comburants, corrosifs |
| Klasse | 2 |
| Classificatiecode | 5TOC |
| Verpakkingsgroep | |
| Etiket(ten) | 2.2+5.1+6.1+8 |
| Bijzondere bepaling(en) | 190 , 327 , 344 , 625 |
Bijzondere bepaling 190Spuitbussen moeten zijn voorzien van bescherming tegen onbedoeld leeglopen. Spuitbussen met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR. Bijzondere bepaling 327Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR. Bijzondere bepaling 344Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan. Bijzondere bepaling 625Colli, die deze voorwerpen bevatten, moeten op duidelijke wijze zijn voorzien van het opschrift: “UN 1950 AEROSOLEN” |
|
| Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) | 120 ml |
| Vrijgestelde hoeveelheden | E0 |
| Verpakkingsinstructies | P207, LP200 |
| Bijzondere bepalingen voor verpakkingen | PP87, RR6, L2 |
| Gezamenlijke verpakking | MP9 |
| Instructies voor transporttanks | |
| Bzb voor transporttanks | |
| Tankcode | |
| Bijzondere bepalingen tanks | |
| Voertuig voor tankvervoer | |
| Vervoerscategorie | 1 |
| Tunnelcode | (D) |
| Bzb voor stukgoed vervoer | V14 |
| Bzb voor losgestort vervoer | |
| Bzb bij laden en lossen | CV9, CV12, CV28 |
| Bzb voor het bedrijf | |
| Gevaarsidentificatie nummer | |
Zoek op stofnaam
Vul een deel van een stofnaam in en klik op de gewenste stof om alle gegevens te bekijken, inclusief UN-nummer, klasse, tunnelcode en bijzondere bepalingen.
Fout op het vervoersdocument (UN-nummer, vervoersnaam, etiket of verpakkingsgroep): boete € 1.900 per betrokken partij volgens de OM-richtlijn 2024R010. Alle ADR-boetes en de handhaving door de ILT
Werkt u met deze stof? Denk aan de ADR 1.3 opleiding
Onder de 1000 punten van ADR 1.1.3.6 vervalt het chauffeursdiploma, maar de opleidingsplicht van ADR hoofdstuk 1.3 blijft gewoon gelden. Die geldt niet alleen voor de chauffeur, maar voor iedereen die betrokken is bij het vervoer van gevaarlijke goederen: verpakken, laden, lossen, classificeren en het opmaken van de vrachtbrief.
Deze training volgt u online op adr-awareness.nl: op eigen tempo, zonder cursusdag, met een certificaat op naam waarmee u bij een inspectie kunt aantonen dat uw medewerkers zijn opgeleid. Schrijft u meerdere collega's tegelijk in, dan geldt een staffelkorting via 1136.nl.
ADR 1.3 opleiding online volgen Wanneer is ADR 1.3 verplicht?