Bijzondere bepaling 274
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
Bijzondere bepaling 335
Mengsels van vaste stoffen die niet zijn onderworpen aan de voorschriften van het ADR en milieugevaarlijke vloeistoffen of vaste stoffen moeten worden ingedeeld onder UN-nummer 3077 en mogen onder de voorwaarden van deze positie worden vervoerd onder voorwaarde dat geen overtollige vloeistof zichtbaar is op het moment van het laden van de stof of op het moment van het sluiten van de verpakking of de laadeenheid. Alle laadeenheden moeten vloeistofdicht zijn, indien zij worden gebruikt voor los gestort vervoer. Indien overtollige vloeistof zichtbaar is op het moment van het laden of op het moment dat de verpakking of de laadeenheid wordt gesloten, moet het mengsel worden ingedeeld onder UN-nummer 3082. Afgedichte kleine verpakkingen en voorwerpen die minder dan 10 ml van een milieugevaarlijke vloeistof bevatten, geabsorbeerd in een vast materiaal maar zonder overtollige vloeistof in de kleine verpakking of het voorwerp, of die minder dan 10 g milieugevaarlijke vaste stof bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR.
Bijzondere bepaling 375
Wanneer zij worden vervoerd in enkelvoudige of samengestelde verpakkingen met een grootste netto hoeveelheid per enkelvoudige of binnenverpakking van 5 liter of minder voor vloeistoffen of met een netto massa per enkelvoudige of binnenverpakking van 5 kg of minder voor vaste stoffen, zijn deze stoffen niet onderworpen aan de overige bepalingen van het ADR, mits de verpakking voldoet aan de algemene bepalingen van 4.1.1.1, 4.1.1.2 en 4.1.1.4 tot en met 4.1.1.8.
Bijzondere bepaling 601
Farmaceutische producten (geneesmiddelen), gereed voor gebruik, die vervaardigd en verpakt zijn voor de detailhandel of voor de distributie voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR.
Bijzondere bepaling 650
Afval, dat bestaat uit verpakkingsresten, uitgeharde en vloeibare verfresten mogen onder de voorwaarden van UN-nummer 1263, verpakkingsgroep II of UN-nummer 3082, naar gelang van toepassing, worden vervoerd. In aanvulling op de bepalingen voor UN-nummer 1263, verpakkingsgroep II en UN-nummer 3082 mag het afval ook als volgt verpakt en vervoerd worden: a) Het afval mag conform 4.1.4.1, verpakkingsinstructie P002, of 4.1.4.2, verpakkingsinstructie IBC06, verpakt zijn. Gezamenlijke verpakking van afval geclassificeerd als UN-nummer 1263 en afval van verven op waterbasis geclassificeerd als UN-nummer 3082 is toegestaan. b) Het afval mag in flexibele IBC’s van de typen 13H3, 13H4 en 13H5 in oververpakkingen met gesloten wanden verpakt zijn c) De beproeving van verpakkingen en IBC’s, aangegeven onder a) en b), mag uitgevoerd worden in overeenstemming met de voorschriften van hoofdstuk 6.1 resp. 6.5 voor vaste stoffen op het beproevingsniveau van verpakkingsgroep II. De beproevingen dienen uitgevoerd te worden met verpakkingen en IBC’s, gevuld met een representatief monster van het afval, zoals gereed voor verzending. d) Los gestort vervoer in met dekzeil uitgeruste voertuigen, gesloten containers of met dekzeil uitgeruste grote containers, alle met dichte wanden, is toegestaan. Afval geclassificeerd als UN-nummer 1263 mag samen worden geladen met afval van verven op waterbasis geclassificeerd als UN-nummer 3082 in hetzelfde voertuig of dezelfde container. In het geval van dergelijke gezamenlijke belading moet UN-nummer 1263 worden toegekend aan de gehele lading. De bak van voertuig of containers moet lekdicht zijn of lekdicht gemaakt zijn, bijvoorbeeld door middel van een geschikte en voldoende sterke binnenbekleding. e) Indien afval onder de voorwaarden van deze bijzondere bepaling worden vervoerd, moet dit conform 5.4.1.1.3, met de toepasselijke UN-nummers, als volgt in het vervoersdocument worden aangegeven: “UN 1263 AFVAL VERF, 3, II, (D/E)”, of “UN 1263 AFVAL VERF, 3, VG II, (D/E)” of UN 3082 AFVAL MILIEUGEVAARLIJKE VLOEISTOF, N.E.G. (VERF), 9, III, (-) of UN 3082 AFVAL MILIEUGEVAARLIJKE VLOEISTOF, N.E.G. (VERF), 9, VG III, (-).
|