Bijzondere bepaling ADR-tanks TE19
Wat betekent TE19?
Armaturen en appendages aan de bovenzijde van de tank moeten:
• óf zijn aangebracht in een verzonken bak;
• óf zijn voorzien van een inwendige veiligheidsklep;
• óf zijn beschermd door een kap of verticale en/of horizontale profielen of andere gelijkwaardige voorzieningen, van een zodanige afmeting dat in geval van kantelen de armaturen en appendages niet worden beschadigd.
Armaturen en appendages aan de onderzijde van de tank:
De leidingen en de afsluitinrichtingen aan de zijkant en alle losinrichtingen moeten óf ten minste 200 mm liggen binnen het meest uitstekende deel van de tank óf zijn beschermd door een profiel met een weerstandsmoment van ten minste 20 cm3 dwars op de rijrichting;
de afstand van deze armaturen en appendages tot de grond moet bij een volle tank ten minste 300 mm bedragen.
Armaturen en appendages aan de achterzijde van de tank:
Alle armaturen en appendages aan de achterzijde moeten zijn beschermd door een stootbalk als voorgeschreven in 9.7.6. De hoogte van deze inrichtingen tot de grond moet zodanig zijn dat zij voldoende door de stootbalk zijn beschermd.
ADR 2025: 6.8.4 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Waar wordt TE19 gebruikt?
Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 250+ UN-posities.
ADR 2025
1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.