Verpakkingsinstructie P002
Wat betekent P002?
De hierna genoemde verpakkingen zijn toegestaan, onder voorwaarde dat aan de algemene voorschriften van 4.1.1 en 4.1.3 is voldaan:
Bijzondere verpakkingsvoorschriften:
PP6 (Geschrapt)
PP7 UN 2000 celluloid mag ook onverpakt als wagenlading worden vervoerd in gesloten voertuigen of gesloten containers, indien dit, omhuld met kunststof folie, met geschikte middelen, bijvoorbeeld stalen banden, op pallets is vastgezet. Een pallet mag niet meer wegen dan 1000 kg.
PP8 Verpakkingen voor UN-nummer 2002 moeten zodanig worden geconstrueerd dat explosie wegens verhoogde inwendige druk niet mogelijk is. Flessen, grote cilinders en drukvaten mogen voor deze stoffen niet worden gebruikt.
PP9 Voor de UN-nummers 3175, 3243 en 3244 moeten verpakkingen voldoen aan een ontwerptype dat een dichtheidsproef op het prestatieniveau voor verpakkingsgroep II heeft doorstaan. Voor UN-nummer 3175 is de dichtheidsproef niet vereist, indien de vloeistoffen geheel zijn geabsorbeerd door een vaste stof die zich in afgedichte zakken bevindt.
PP11 Voor UN-nummer 1309, verpakkingsgroep III en UN-nummer 1362 zijn zakken 5H1, 5L1 en 5M1 toegestaan indien deze zijn oververpakt in kunststof zakken en op pallets met krimp- of rekfolie.
PP12 Voor de UN-nummers 1361, 2213 en 3077 zijn zakken 5H1, 5L1 en 5M1 toegestaan, indien vervoerd in gesloten voertuigen of gesloten containers.
PP13 Voor voorwerpen, ingedeeld onder UN-nummer 2870, zijn alleen samengestelde verpakkingen toegestaan die voldoen aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep I.
PP14 Voor de UN-nummers 2211, 2698 en 3314 behoeven verpakkingen niet te voldoen aan de prestatiebeproevingen in hoofdstuk 6.1.
PP15 Voor de UN-nummers 1324 en 2623 moeten verpakkingen voldoen aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep III.
PP20 Voor UN-nummer 2217 mag elke stofdichte, scheurvaste houder worden gebruikt.
PP30 Voor UN-nummer 2471 zijn papieren of kartonnen binnenverpakkingen niet toegestaan.
PP34 Voor UN-nummer 2969 (als hele bonen) zijn zakken 5H1, 5L1 en 5M1 toegestaan.
PP37 Voor de UN-nummers 2590 en 2212 zijn zakken 5M1 toegestaan. Alle typen zakken moeten worden vervoerd in gesloten voertuigen of gesloten containers of worden geplaatst in gesloten, stijve oververpakkingen.
PP38 Voor UN-nummer 1309, verpakkingsgroep II, zijn zakken alleen toegestaan in gesloten voertuigen of gesloten containers.
PP84 Voor UN-nummer 1057 moeten stijve buitenverpakkingen worden gebruikt die voldoen aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep II. De verpakkingen moeten zo worden ontworpen, vervaardigd en ingericht dat verplaatsing, onopzettelijke ontsteking van de inrichtingen of onopzettelijk vrijkomen van brandbaar gas of brandbare vloeistof wordt verhinderd.
Opmerking: Voor aanstekers als afvalstof, die gescheiden zijn ingezameld, zie hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 654.
PP92 Voor UN-nummers 3531 en 3533 moeten verpakkingen zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd dat het vrijkomen van gas of damp mogelijk is om te verhinderen dat een drukopbouw plaatsvindt die de verpakkingen zou kunnen doen barsten in geval van stabilisatieverlies.
RR5 Ondanks bijzonder verpakkingsvoorschrift PP84 behoeft alleen aan de algemene voorschriften van 4.1.1.1, 4.1.1.2 en 4.1.1.5 t/m 4.1.1.7 te worden voldaan indien de bruto massa van het collo ten hoogste 10 kg bedraagt.
Opmerking: Voor aanstekers als afvalstof, die gescheiden zijn ingezameld, zie hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 654. e Deze verpakkingen mogen niet worden gebruikt indien de te vervoeren stoffen tijdens het vervoer vloeibaar kunnen worden (zie 4.1.3.4).
VERPAKKINGSINSTRUCTIE (VASTE STOFFEN) (vervolg) Bijzondere verpakkingsvoorschriften:
PP6 (Geschrapt)
PP7 UN 2000 celluloid mag ook onverpakt als wagenlading worden vervoerd in gesloten voertuigen of gesloten containers, indien dit, omhuld met kunststof folie, met geschikte middelen, bijvoorbeeld stalen banden, op pallets is vastgezet. Een pallet mag niet meer wegen dan 1000 kg.
PP8 Verpakkingen voor UN-nummer 2002 moeten zodanig worden geconstrueerd dat explosie wegens verhoogde inwendige druk niet mogelijk is. Flessen, grote cilinders en drukvaten mogen voor deze stoffen niet worden gebruikt.
PP9 Voor de UN-nummers 3175, 3243 en 3244 moeten verpakkingen voldoen aan een ontwerptype dat een dichtheidsproef op het prestatieniveau voor verpakkingsgroep II heeft doorstaan. Voor UN-nummer 3175 is de dichtheidsproef niet vereist, indien de vloeistoffen geheel zijn geabsorbeerd door een vaste stof die zich in afgedichte zakken bevindt.
PP11 Voor UN-nummer 1309, verpakkingsgroep III en UN-nummer 1362 zijn zakken 5H1, 5L1 en 5M1 toegestaan indien deze zijn oververpakt in kunststof zakken en op pallets met krimp- of rekfolie.
PP12 Voor de UN-nummers 1361, 2213 en 3077 zijn zakken 5H1, 5L1 en 5M1 toegestaan, indien vervoerd in gesloten voertuigen of gesloten containers.
PP13 Voor voorwerpen, ingedeeld onder UN-nummer 2870, zijn alleen samengestelde verpakkingen toegestaan die voldoen aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep I.
PP14 Voor de UN-nummers 2211, 2698 en 3314 behoeven verpakkingen niet te voldoen aan de prestatiebeproevingen in hoofdstuk6.1.
PP15 Voor de UN-nummers 1324 en 2623 moeten verpakkingen voldoen aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep III.
PP20 Voor UN-nummer 2217 mag elke stofdichte, scheurvaste houder worden gebruikt.
PP30 Voor UN-nummer 2471 zijn papieren of kartonnen binnenverpakkingen niet toegestaan.
PP34 Voor UN-nummer 2969 (als hele bonen) zijn zakken 5H1, 5L1 en 5M1 toegestaan.
PP37 Voor de UN-nummers 2590 en 2212 zijn zakken 5M1 toegestaan. Alle typen zakken moeten worden vervoerd in gesloten voertuigen of gesloten containers of worden geplaatst in gesloten, stijve oververpakkingen.
PP38 Voor UN-nummer 1309, verpakkingsgroep II, zijn zakken alleen toegestaan in gesloten voertuigen of gesloten containers.
PP84 Voor UN-nummer 1057 moeten stijve buitenverpakkingen worden gebruikt die voldoen aan het prestatieniveau voor verpakkingsgroep II. De verpakkingen moeten zo worden ontworpen, vervaardigd en ingericht dat verplaatsing, onopzettelijke ontsteking van de inrichtingen of onopzettelijk vrijkomen van brandbaar gas of brandbare vloeistof wordt verhinderd.
Opmerking: Voor aanstekers als afvalstof, die gescheiden zijn ingezameld, zie hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 654.
PP92 Voor de UN-nummers 3531 en 3533, moeten de verpakkingen zodanig worden ontworpen en geconstrueerd dat het vrijkomen van het gas of de damp mogelijk is om te verhinderen dat een drukopbouw plaatsvindt die de verpakkingen zou kunnen doen barsten in geval van stabilisatieverlies.
RR5 Ondanks bijzonder verpakkingsvoorschrift PP84 behoeft alleen aan de algemene voorschriften van 4.1.1.1, 4.1.1.2 en 4.1.1.5 t/m 4.1.1.7 te worden voldaan indien de bruto massa van het collo ten hoogste 10 kg bedraagt.
Opmerking: Voor aanstekers als afvalstof, die gescheiden zijn ingezameld, zie hoofdstuk 3.3, bijzondere bepaling 654.
ADR 2025: 4.1.4 (Nederlandse vertaling, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)
Waar wordt P002 gebruikt?
Deze code is in de huidige 1136.nl ADR 2025-database gekoppeld aan 250+ UN-posities.
ADR 2025
1136.nl gebruikt voor deze informatie de ADR 2025-dataset. De inhoudelijke uitleg wordt stap voor stap uitgebreid met de relevante bepalingen uit het ADR 2025.