Bijzondere bepaling 392
Voor het vervoer van omhullingssystemen voor gasvormige brandstof die zijn ontworpen en goedgekeurd om te worden gemonteerd in motorvoertuigen die dit gas bevatten, hoeven de voorschriften van 4.1.4.1 en hoofdstuk 6.2 niet te worden toegepast wanneer ze worden vervoerd ter verwijdering, recycling, reparatie, onderzoek en onderhoud, of wanneer ze worden vervoerd van de plaats van fabricage naar een assembleerfabriek voor voertuigen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a) De omhullingssystemen voor gasvormige brandstof voldoen aan de eisen die worden gesteld in de normen of reglementen voor brandstofreservoirs van voertuigen, naar gelang van toepassing. Voorbeelden van toepasselijke normen en reglementen zijn: LPG-reservoirs VN-Reglement nr. 67, Uniforme voorschriften betreffende: herziening 2 I. Goedkeuring van specifieke inrichtingen van voertuigen van de categorieën M en N voor het gebruik van vloeibaar gemaakt petroleumgas (LPG) als brandstof; II. Goedkeuring van voertuigen van de categorieën M en N wat betreft de installatie van specifieke inrichtingen voor het gebruik van vloeibaar gemaakt petroleumgas (LPG) als brandstof VN-Reglement nr. 115 Uniforme voorschriften betreffende de goedkeuring van: I. Specifieke LPG-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van LPG als brandstof; II. Specifieke CNG-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van CNG als brandstof CNG-en LNG-reservoirs VN-Reglement nr. 110 Uniforme voorschriften betreffende de goedkeuring van: I. Specifieke onderdelen van motorvoertuigen die samengeperst aardgas (CNG) en/of vloeibaar gemaakt aardgas (LNG) als brandstof gebruiken II. Voertuigen met betrekking tot de installatie van specifieke onderdelen van een goedgekeurd type voor het gebruik van samengeperst aardgas (CNG) en/of vloeibaar gemaakt aardgas (LNG) als brandstof VN-Reglement nr. 115 Uniforme voorschriften betreffende de goedkeuring van: I. Specifieke LPG-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van LPG als brandstof; II. Specifieke CNG-retrofitsystemen voor installatie in motorvoertuigen met het oog op het gebruik van CNG als brandstof ISO 11439:2013 Gasflessen – Hogedrukcilinders voor de opslag van aardgas als brandstof voor wegvoertuigen ISO 15500-serie Wegvoertuigen – Onderdelen van brandstofsystemen voor samengeperst aardgas (CNG) – verschillende delen naar gelang van toepassing ANSI NGV 2 Voertuigbrandstofreservoirs voor samengeperst aardgas CSA B51 deel 2:2014 Norm voor ketel, drukvat en drukleidingen, deel 2, vereisten voor hogedrukflessen voor de opslag aan boord van brandstoffen voor wegvoertuigen Persluchtreservoirs voor waterstof Mondiaal technisch reglement Mondiaal technisch reglement inzake motorvoertuigen (GTR) nr. 13 op waterstof en brandstofcellen (ECE/TRANS/180/Add.13) ISO/TS 15869:2009 Gasvormige waterstof en waterstofmengsels – brandstofreservoirs voor landvoertuigen Verordening (EG) nr. 79/2009 Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG Verordening (EU) nr. 406/2010 Verordening (EU) nr. 406/2010 van de Commissie van 26 april 2010 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof VN-Reglement nr. 134 Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van motorvoertuigen en onderdelen daarvan met betrekking tot de veiligheidsprestaties van motorvoertuigen op waterstof CSA B51 deel 2: 2014 Norm voor ketel, drukvat en drukleidingen code – deel 2: Vereisten voor hogedrukflessen voor de opslag aan boord van brandstoffen voor motorvoertuigen Gasreservoirs die ontworpen en gebouwd zijn volgens eerdere versies van de relevante normen of reglementen inzake gasreservoirs voor motorvoertuigen die van toepassing waren toen de voertuigen waarvoor de gasreservoirs waren ontworpen en gebouwd, werden gecertificeerd, mogen verder worden vervoerd; b) De omhullingssystemen voor gasvormige brandstof moeten lekdicht zijn en mogen geen tekenen van uitwendige beschadiging vertonen die de veiligheid ervan kunnen beïnvloeden; Opmerking 1: Criteria zijn te vinden in ISO-norm 11623:2015 Gasflessen – Composiet materiaal – Periodieke keuring en beproeving (of ISO 19078:2013 Gasflessen – Inspectie van de gasflesseninstallatie, en herkeuring van hogedrukgasflessen voor de opslag in wegvoertuigen met aardgas als brandstof). Opmerking 2: Indien de omhullingssystemen voor gasvormige brandstof niet lekdicht of juist overvuld zijn, dan wel schade vertonen die de veiligheid ervan kan beïnvloeden (bijv. bij een terugroeping in verband met de veiligheid), mogen ze alleen in bergingsdrukhouders worden vervoerd overeenkomstig het ADR. c) Indien een omhullingssysteem voor gasvormige brandstof is uitgerust met twee of meer in lijn ingebouwde kleppen, moeten de twee kleppen gasdicht gesloten zijn onder normale vervoersomstandigheden. Indien slechts één klep is aangebracht of als er maar één werkt, moeten alle openingen, uitgezonderd de opening van de drukontlastingsinrichting, gasdicht gesloten zijn onder normale vervoersomstandigheden; d) Omhullingssystemen voor gasvormige brandstof moeten zodanig worden vervoerd dat de drukontlastingsinrichting ongehinderd kan functioneren en dat schade aan de kleppen en elk ander onder druk staand deel van de omhullingssystemen voor gasvormige brandstof alsmede het onbedoeld vrijkomen van gas wordt voorkomen onder normale vervoersomstandigheden. Het omhullingssysteem voor gasvormige brandstof moet veilig zijn vastgezet om glijden, rollen of verticale bewegingen te voorkomen; e) Kleppen moeten beschermd zijn door middel van een van de methoden beschreven in 4.1.6.8 a) tot en met e); f) Behalve in het geval dat omhullingssystemen voor gasvormige brandstof worden verplaatst voor verwijdering, recycling, reparatie, inspectie of onderhoud, mogen ze tot niet meer dan 20% van hun nominale vullingsgraad of nominale bedrijfsdruk worden gevuld, naar gelang van toepassing; g) Wanneer omhullingssystemen voor gasvormige brandstof worden verzonden in een voorziening voor de behandeling, kunnen, niettegenstaande het bepaalde in hoofdstuk 5.2, merktekens en etiketten op deze voorziening worden aangebracht; en h) Niettegenstaande het bepaalde in 5.4.1.1.1 f) mag de informatie over de totale hoeveelheid gevaarlijke goederen door de volgende informatie worden vervangen: i) Het aantal omhullingssystemen voor gasvormige brandstof; en ii) In geval van vloeibaar gemaakte gassen, de totale netto massa (kg) van het gas van elk omhullingssysteem voor gasvormige brandstof en, in geval van samengeperste gassen, de totale waterinhoud (l) van elk omhullingssysteem voor gasvormige brandstof gevolgd door de nominale bedrijfsdruk. Voorbeelden van informatie in het vervoersdocument: Voorbeeld 1: "UN 1971, aardgas, samengeperst, 2.1, 1 omhullingssysteem voor gasvormige brandstof van 50 l in totaal, 200 bar". Voorbeeld 2: "UN 1965, waterstofgasmengsel, vloeibaar gemaakt, n.e.g., 2.1, 3 omhullingssystemen voor gasvormige brandstof, netto massa van het gas elk 15 kg".
Bijzondere bepaling 662
Flessen die niet voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk 6.2 en die uitsluitend aan boord van een schip of luchtvaartuig worden gebruikt, mogen ten behoeve van het vullen of inspecteren en daaropvolgend retourneren worden vervoerd, onder voorwaarde dat zij zijn ontworpen en gebouwd in overeenstemming met een norm die wordt erkend door de bevoegde autoriteit van het land van goedkeuring en dat aan alle overige relevante voorschriften van het ADR wordt voldaan, met inbegrip van de volgende: a) Bij het vervoer van de flessen moeten de afsluiters worden beschermd conform 4.1.6.8; b) De flessen moeten worden voorzien van een kenmerk en etiket conform 5.2.1 en 5.2.2; en c) Er wordt voldaan aan alle relevant vullingvereisten van verpakkingsinstructie P200 van 4.1.4.1. In het vervoersdocument wordt de volgende verklaring opgenomen: "Vervoer volgens bijzondere bepaling 662".