|
UN-nummer |
3479
|
|
Benaming en beschrijving |
PATRONEN VOOR BRANDSTOFCELLEN of PATRONEN VOOR BRANDSTOFCELLEN IN APPARATUUR of PATRONEN VOOR BRANDSTOFCELLEN VERPAKT MET APPARATUUR, die waterstof in een metaalhydride bevatten
|
|
Engelse benaming |
FUEL CELL CARTRIDGES or FUEL CELL CARTRIDGES CONTAINED IN EQUIPMENT or FUEL CELL CARTRIDGES PACKED WITH EQUIPMENT, containing hydrogen in metal hydride
|
|
Duitse benaming |
BRENNSTOFFZELLEN-KARTUSCHEN oder BRENNSTOFFZELLEN-KARTUSCHEN IN AUSRÜSTUNGEN oder BRENNSTOFFZELLEN-KARTUSCHEN, MIT AUSRÜSTUNGEN VERPACKT, Wasserstoff in Metallhydrid enthaltend
|
|
Franse benaming |
CARTOUCHES POUR PILE À COMBUSTIBLE ou CARTOUCHES POUR PILE À COMBUSTIBLE CONTENUES DANS UN ÉQUIPEMENT ou CARTOUCHES POUR PILE À COMBUSTIBLE EMBALLÉES AVEC UN ÉQUIPEMENT, contenant de l'hydrogène dans un hydrure métallique
|
|
Klasse |
2.1
|
|
Classificatiecode |
6F
|
|
Verpakkingsgroep |
|
|
vervoersstatus |
|
|
Etiket(ten) |
2.1
|
|
Bijzondere bepaling(en) |
328
,
339
|
Bijzondere bepaling 328
Deze positie is van toepassing op patronen voor brandstofcellen met inbegrip van die welke zich bevinden in apparatuur of verpakt zijn met apparatuur. Patronen voor brandstofcellen die zijn ingebouwd in of een integrerend onderdeel zijn van een brandstofcelsysteem worden beschouwd als zich te bevinden in apparatuur. Onder een patroon voor brandstofcellen wordt verstaan een voorwerp waarin brandstof is opgeslagen voor afgifte aan een brandstofcel via (een) afsluiter(s) die de afgifte van brandstof aan de brandstofcel regelt (regelen). Patronen voor brandstofcellen met inbegrip van die welke zich bevinden in apparatuur moeten zodanig zijn ontworpen, dat lekkage van brandstof onder normale vervoersomstandigheden wordt voorkomen. Prototypen van patronen voor brandstofcellen waarin vloeistoffen als brandstof worden gebruikt, moeten zonder lekkage een interne drukproef doorstaan bij een druk van 100 kPa (overdruk). Met uitzondering van patronen voor brandstofcellen, die waterstof in een metaalhydride bevatten en die in overeenstemming moeten zijn met bijzondere bepaling 339, moet voor elk prototype patroon voor brandstofcellen worden aangetoond dat zij een valproef van een hoogte van 1,2 m op een star oppervlak doorstaan in de oriëntatierichting die het meest waarschijnlijk zal leiden tot een defect van het omsluitingssysteem, zonder verlies van de inhoud. Indien het brandstofcelsysteem batterijen met metallisch lithium of lithium-ion-batterijen bevat, moet de zending worden verzonden onder deze positie en onder de positie UN 3091 BATTERIJEN MET METALLISCH LITHIUM, LITHIUM-ION-BATTERIJEN IN APPARATUUR, UN 3481 LITHIUM-ION-BATTERIJEN IN APPARATUUR of UN 3552 NATRIUM-ION-BATTERIJEN IN APPARATUUR, naar gelang van het geval.
Bijzondere bepaling 339
Patronen voor brandstofcellen, die waterstof in een metaalhydride bevatten en die ingedeeld onder deze positie worden vervoerd, moeten een waterinhoud bezitten van minder dan of gelijk aan 120 ml. De druk in de patroon voor brandstofcellen mag 5 MPa bij 55 °C niet overschrijden. Het constructietype moet in staat zijn zonder lekkage of barsten een druk te doorstaan van twee maal de ontwerpdruk van de patroon bij 55 °C of 200 kPa hoger dan de ontwerpdruk van de patroon bij 55 °C, al naar gelang welke de hoogste is. De druk waarbij deze beproeving wordt uitgevoerd, wordt in de valproef en de beproeving van de waterstofcyclus aangeduid als de "minimale barstdruk van het omhulsel". Patronen voor brandstofcellen moeten worden gevuld in overeenstemming met de procedures verschaft door de fabrikant. De fabrikant moet voor iedere patroon voor brandstofcellen de volgende informatie ter beschikking stellen: a) Procedures voor de inspectie, uit te voeren vóór de eerste vulling en vóór hervulling van de patroon voor brandstofcellen; b) Voorzorgen voor de veiligheid en potentiële gevaren om zich bewust van te zijn; c) Methode om vast te stellen wanneer de nominale inhoud is bereikt; d) Minimaal en maximaal drukbereik; e) Minimaal en maximaal temperatuurbereik: en f) Alle andere voorschriften die in acht genomen moeten worden voor de eerste vulling en hervulling met inbegrip van het type uitrusting dat voor de eerste vulling en de hervulling gebruikt moet worden. De patroon voor brandstofcellen moet zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat onder normale vervoersomstandigheden lekkage wordt voorkomen. Elk prototype patroon, met inbegrip van patronen die bestanddeel zijn van een brandstofcel, moeten worden onderworpen aan de volgende beproevingen en deze doorstaan: Valproef Een valproef van een hoogte van 1,8 meter op een star oppervlak in vier verschillende oriëntatierichtingen: a) Verticaal, op het uiteinde dat de gemonteerde eindafsluiter bevat; b) Verticaal, op het uiteinde tegenover de gemonteerde eindafsluiter; c) Horizontaal, op een stalen punt met een diameter van 38 mm, waarbij de stalen punt recht naar boven gericht is; en d) In een hoek van 45 ° op het uiteinde dat de gemonteerde eindafsluiter bevat. Er mag geen lekkage optreden, vastgesteld door het gebruik van een oplossing met zeepbellen of een ander gelijkwaardig middel, op alle plekken waar lekkage mogelijk is, indien de patroon wordt gevuld tot zijn nominale vuldruk. De patroon voor de brandstofcel moet daarna hydraulisch onder druk gezet worden totdat deze wordt vernietigd. De geregistreerde barstdruk moet 85 % van de minimale barstdruk van het omhulsel overschrijden. Brandproef Een patroon voor brandstofcellen die tot de nominale inhoud met waterstof is gevuld moet worden onderworpen aan een beproeving in een vuurzee. Het ontwerp van de patroon, die een ingebouwde ontluchtingsinrichting mag omvatten, wordt geacht de brandproef te hebben doorstaan indien a) De inwendige druk door afblazen daalt tot een overdruk gelijk aan nul zonder dat de patroon openbarst; of b) De patroon doorstaat de brand gedurende ten minste 20 minuten zonder open te barsten. Beproeving van de waterstofcyclus Deze beproeving is bedoeld om te waarborgen dat de grenswaarden voor de spanningen in het ontwerp van een patroon voor brandstofcellen gedurende het gebruik niet worden overschreden. De patroon voor brandstofcellen moet worden onderworpen aan een cyclus met een vulling van niet meer dan 5 % van de nominale waterstofinhoud tot niet minder dan 95 % van de nominale waterstofinhoud en weer terug naar niet meer dan 5 % van de nominale waterstofinhoud. Bij het vullen moet de nominale vuldruk worden gebruikt en de temperaturen moeten binnen het bereik van de bedrijfstemperatuur worden gehouden. Deze cyclus moet ten minste 100 maal worden herhaald. Na de cyclische beproeving moet de patroon voor brandstofcellen worden gevuld en moet het volume water dat door de patroon wordt verdrongen worden gemeten. Het ontwerp van de patroon wordt geacht de beproeving van de waterstofcyclus te hebben doorstaan, indien het volume water, verdrongen door de patroon die de beproeving van de waterstofcyclus heeft ondergaan, niet het volume water overschrijdt van een patroon die deze beproeving niet heeft ondergaan en die gevuld is tot 95 % van de nominale inhoud en onder druk gebracht is tot 75 % van de minimale barstdruk van het omhulsel. Dichtheidsproef bij de productie Alle patronen voor brandstofcellen moeten op dichtheid worden beproefd bij 15 °C ± 5 °C, terwijl zij onder een druk staan gelijk aan de nominale vuldruk. Er mag geen lekkage optreden, vastgesteld door het gebruik van een oplossing met zeepbellen of een ander gelijkwaardig middel, op alle plekken waar lekkage mogelijk is. Elke patroon voor brandstofcellen moet permanent gemerkt zijn met de volgende informatie: a) de nominale vuldruk in MPa; b) het serienummer van de fabrikant van de patronen voor brandstofcellen of een uniek identificatienummer; en c) de vervaldatum gebaseerd op de maximale gebruiksduur (het jaar in vier cijfers; de maand in twee cijfers).
|
|
Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) |
120 ml
|
|
Vrijgestelde hoeveelheden |
E0
|
|
Verpakkingsinstructies |
P004
|
|
Bijzondere bepalingen voor verpakkingen |
|
|
Gezamenlijke verpakking |
|
|
Instructies voor transporttanks |
|
|
Bzb voor transporttanks |
|
|
Tankcode |
|
|
Bijzondere bepalingen tanks |
|
|
Voertuig voor tankvervoer |
|
|
Vervoerscategorie |
2
|
|
Tunnelcode |
(D)
|
|
Bzb voor stukgoed vervoer |
|
|
Bzb voor losgestort vervoer |
|
|
Bzb bij laden en lossen |
CV9, CV12
|
|
Bzb voor het bedrijf |
S2
|
|
Gevaarsidentificatie nummer |
|