|
UN-nummer |
3516
|
|
Benaming en beschrijving |
GEADSORBEERD GAS, GIFTIG, BIJTEND, N.E.G
|
|
Engelse benaming |
ADSORBED GAS, TOXIC, CORROSIVE, N.O.S
|
|
Duitse benaming |
ADSORBIERTES GAS, GIFTIG, ÄTZEND, N.A.G
|
|
Franse benaming |
GAZ ADSORBÉ TOXIQUE, CORROSIF, N.S.A
|
|
Klasse |
2.3
|
|
Classificatiecode |
9TC
|
|
Verpakkingsgroep |
|
|
vervoersstatus |
|
|
Etiket(ten) |
2.3+8
|
|
Bijzondere bepaling(en) |
274
,
379
|
Bijzondere bepaling 274
De voorschriften van 3.1.2.8 zijn van toepassing.
Bijzondere bepaling 379
Aan een vaste stof geadsorbeerde of geabsorbeerde watervrije ammoniak, opgenomen in sproeisystemen voor ammoniak of houders bedoeld om deel uit te maken van dergelijke systemen, is niet onderworpen aan de overige voorschriften van het ADR indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a) Bij adsorptie of absorptie dienen de volgende eigenschappen zich aan: i) De druk bij een temperatuur van 20 °C in de houder is minder dan 0,6 bar; ii) De druk bij een temperatuur van 35 °C in de houder is minder dan 1 bar; iii) De druk bij een temperatuur van 85 °C in de houder is minder dan 12 bar. b) Het adsorberend of absorberend materiaal mag geen gevaarlijke eigenschappen hebben die vermeld zijn in de klassen 1 tot en met 8; c) De maximuminhoud van de houder mag ten hoogste 10 kg bedragen; en d) Houders die geadsorbeerde of geabsorbeerde ammoniak bevatten moeten aan de volgende voorschriften voldoen: i) Houders moeten vervaardigd zijn van materiaal dat verenigbaar is met ammoniak zoals bepaald in ISO 11114-1:2020 ; ii) Houders en hun afsluitinrichtingen moeten hermetisch worden afgedicht en kunnen voorkomen dat de voortgebrachte ammoniak ontsnapt; iii) Elke houder moet de druk kunnen weerstaan die wordt opgewekt bij een temperatuur van 85 °C met een volumetrische expansie van ten hoogste 0,1%; iv) Elke houder moet uitgerust met een inrichting die zorgt voor de afvoer van gas zodra de druk meer dan 15 bar bedraagt zonder dat de houder met geweld bezwijkt of ontploffing of scherfwerking optreedt; en v) Elke houder moet een druk van 20 bar kunnen weerstaan zonder dat lekkage optreedt bij uitschakeling van de drukontlastingsinrichting. Bij vervoer in een sproeisysteem voor ammoniak moeten de houders zodanig aan het sproeisysteem gekoppeld zijn dat het samenstel gegarandeerd dezelfde sterkte heeft als een enkele houder. De in deze bijzondere bepaling vermelde eigenschappen betreffende de sterkte van de constructie moeten worden beproefd aan de hand van een prototype van een houder en/of sproeisysteem die/dat tot de nominale capaciteit is gevuld, waarbij de temperatuur tot aan de gespecificeerde drukwaarden wordt verhoogd. De beproevingsresultaten moeten worden gedocumenteerd, traceerbaar zijn en op verzoek ter beschikking worden gesteld aan de desbetreffende autoriteiten.
|
|
Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) |
0
|
|
Vrijgestelde hoeveelheden |
E0
|
|
Verpakkingsinstructies |
P208
|
|
Bijzondere bepalingen voor verpakkingen |
|
|
Gezamenlijke verpakking |
MP9
|
|
Instructies voor transporttanks |
|
|
Bzb voor transporttanks |
|
|
Tankcode |
|
|
Bijzondere bepalingen tanks |
|
|
Voertuig voor tankvervoer |
|
|
Vervoerscategorie |
1
|
|
Tunnelcode |
(D)
|
|
Bzb voor stukgoed vervoer |
|
|
Bzb voor losgestort vervoer |
|
|
Bzb bij laden en lossen |
CV9, CV10, CV36
|
|
Bzb voor het bedrijf |
S14
|
|
Gevaarsidentificatie nummer |
|