Bijzondere bepaling 188
Ten vervoer aangeboden cellen en batterijen zijn niet onderworpen aan andere voorschriften van het ADR, indien zij voldoen aan de volgende voorschriften: a) het lithiumgehalte mag voor een metallisch lithium of lithiumlegering bevattende cel ten hoogste 1 g bedragen, en voor een cel met lithiumionen of natriumionen mag de energie-inhoud in watt-uur niet meer bedragen dan 20 Wh; Opmerking: Wanneer lithiumbatterijen conform 2.2.9.1.7.1 f) overeenkomstig deze bijzondere bepaling worden vervoerd, mag het totale lithiumgehalte van alle metallisch lithium bevattende cellen in de batterij ten hoogste 1,5 g bedragen en het totale vermogen van alle lithium-ion-cellen in de batterij mag ten hoogste 10 Wh bedragen (zie bijzondere bepaling 387). b) het lithiumgehalte mag voor een metallisch lithium of lithiumlegering bevattende batterij ten hoogste 2 g bedragen en voor een batterij met lithiumionen of natriumionen mag de energie-inhoud in watt-uur niet meer bedragen dan 100 Wh. Lithium-ion-batterijen onderworpen aan deze bepaling moeten op de buitenmantel gemerkt zijn met de energie-inhoud in watt-uur, behalve lithium-ion batterijen welke vóór 1 januari 2009 vervaardigd zijn; Opmerking: Wanneer lithiumbatterijen conform 2.2.9.1.7.1 f) overeenkomstig deze bijzondere bepaling worden vervoerd, mag het totale lithiumgehalte van alle metallisch lithium bevattende cellen in de batterij ten hoogste 1,5 g bedragen en het totale vermogen van alle lithium-ion-cellen in de batterij mag ten hoogste 10 Wh bedragen (zie bijzondere bepaling 387). c) elke lithium cel of batterij voldoet aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.1 a), e), f), naar gelang van toepassing, en g) of voor natrium-ion-cellen of -batterijen zijn de voorschriften van 2.2.9.1.7.2, onder a), e) en f), van toepassing; d) Cellen en batterijen moeten, behalve indien zij in apparatuur zijn ingebouwd, worden verpakt in binnenverpakkingen, die de cel of de batterij volledig insluiten. Cellen en batterijen moeten zodanig zijn beschermd dat kortsluitingen worden voorkomen. Dit omvat bescherming tegen contact met elektrisch geleidende materialen binnen dezelfde verpakking, dat tot kortsluiting zou kunnen leiden. De binnenverpakkingen moeten in sterke buitenverpakkingen zijn verpakt, die overeenkomen met de bepalingen van 4.1.1.1, 4.1.1.2 en 4.1.1.5; e) Cellen en batterijen moeten indien zij in apparatuur zijn ingebouwd, zijn beschermd tegen beschadiging en kortsluiting, en de apparatuur moet met effectieve middelen zijn uitgerust om een onbedoelde activering te voorkomen. Dit voorschrift is niet van toepassing op inrichtingen die bedoeld werkzaam zijn tijdens het vervoer (radiofrequentie-identificatie (RFID)-zendapparaten, horloges, sensoren, enz.) en die niet in staat zijn om een gevaarlijke warmteontwikkeling te doen ontstaan. Indien batterijen in apparatuur zijn ingebouwd, moet de apparatuur in sterke buitenverpakkingen zijn verpakt die van een geschikt materiaal zijn vervaardigd van voldoende sterkte en ontwerp in relatie tot de inhoud van de verpakking en het gebruik waarvoor deze bestemd is, tenzij er een gelijkwaardige bescherming van de batterij wordt geboden door de apparatuur waarin deze zich bevindt; f) Elk collo moet met de passende merktekens voor batterijen zijn gekenmerkt, zoals getoond in 5.2.1.9. Dit voorschrift is niet van toepassing op: i) colli die alleen knoopcelbatterijen bevatten, ingebouwd in apparatuur (met inbegrip van printplaten); en ii) colli die niet meer dan vier cellen ingebouwd in apparatuur of niet meer dan twee batterijen ingebouwd in apparatuur bevatten, waarbij de zending ten hoogste twee colli bevat; Indien colli worden geplaatst in een oververpakking, moeten de merktekens voor batterijen ofwel duidelijk zichtbaar zijn, dan wel worden gereproduceerd op de buitenzijde van de oververpakking. Bovendien moet de oververpakking zijn voorzien van het woord "OVERVERPAKKING". De hoogte van de letters van het woord "OVERVERPAKKING" bedraagt ten minste 12 mm. Opmerking: Colli die merktekens voor batterijen bevatten, verpakt overeenkomstig de voorschriften van deel 4, hoofdstuk 11, verpakkingsinstructies 965 of 968, sectie IB van de Technische Instructies van de ICAO, en voorzien van het kenmerk zoals afgebeeld in 5.2.1.9 (kenmerk van lithiumbatterij) en het etiket getoond in 5.2.2.2.2, model Nr. 9A, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden van deze bijzondere bepaling. g) Behalve indien cellen of batterijen zijn ingebouwd in apparatuur, moet elk collo in staat zijn een valproef van een hoogte van 1,2 m in elke oriëntatierichting te doorstaan zonder beschadiging van de cellen of batterijen die zich daarin bevinden, zonder verschuiven van de inhoud zodat de batterijen (of cellen) onderling in contact komen en zonder vrijkomen van de inhoud; en h) Behalve indien cellen of batterijen ingebouwd zijn in of verpakt met apparatuur, mag de bruto massa van de colli 30 kg niet overschrijden. Het hierboven en elders in het ADR gebruikte begrip "lithiumgehalte" betekent de massa van het lithium in de anode van een cel met metallisch lithium of lithiumlegering. Onder "apparatuur" zoals gebruikt in deze bijzondere bepaling, worden apparaten verstaan die werken op de energie die door de lithiumcellen of -batterijen wordt geleverd. Er bestaan aparte posities voor batterijen met metallisch lithium en lithium-ion-batterijen om het vervoer van deze batterijen voor bepaalde vervoersmodaliteiten te vergemakkelijken en de toepassing van verschillende noodmaatregelen mogelijk te maken. Een uit één cel bestaande batterij zoals omschreven in het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 38.3.2.3 wordt beschouwd als een “cel” en moet worden vervoerd overeenkomstig de vereisten voor “cellen” voor de toepassing van deze bijzondere bepaling.
Bijzondere bepaling 230
Lithiumcellen en -batterijen mogen, ingedeeld in deze positie, worden vervoerd, indien zij voldoen aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.1.. Natrium-ion-cellen en -batterijen mogen, ingedeeld in deze positie, worden vervoerd, indien zij voldoen aan de voorschriften 2.2.9.1.7.2..
Bijzondere bepaling 310
Vervoer van prototypen van cellen of batterijen uit productieseries bestaande uit niet meer dan 100 cellen of batterijen, of pre-productieprototypen van cellen of batterijen voor beproeving, moet voldoen aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.1, met uitzondering van a), e) vii), f) iii) indien van toepassing, f) iv) indien van toepassing en g). Opmerking: Vervoerd ten behoeve van beproeving” omvat, maar is niet beperkt tot, beproeving zoals beschreven in het Handboek beproevingen en criteria, deel III, subsectie 38.3, integratiebeproeving en productprestatiebeproeving. Deze cellen en batterijen moeten worden verpakt in overeenstemming met verpakkingsinstructie P910 van 4.1.4.1 of LP905 van 4.1.4.3, naar gelang het geval. Voorwerpen (UN-nummers 3537, 3538, 3540, 3541, 3546, 3547 of 3548) mogen dergelijke cellen of batterijen bevatten, mits wordt voldaan aan de van toepassing zijnde delen van verpakkingsinstructie P006 van 4.1.4.1 of LP03 van 4.1.4.3, naar gelang het geval. De volgende verklaring moet in het vervoersdocument worden vermeld: “Transport overeenkomstig bijzondere bepaling 310”. Beschadigde of defecte cellen en batterijen, of cellen en batterijen aanwezig in apparaten moeten worden vervoerd overeenkomstig bijzondere bepaling 376. Cellen en batterijen, of cellen en batterijen aanwezig in apparaten die worden vervoerd voor verwijdering of recyclering mogen worden verpakt overeenkomstig bijzondere bepaling 377 en verpakkingsinstructie P909 van 4.1.4.1.
Bijzondere bepaling 348
Lithiumbatterijen die vervaardigd zijn na 31 december 2011 en natrium-ion-batterijen die vervaardigd zijn na 31 december 2025 moeten worden gekenmerkt met het vermogen in Watt-uur op het buitenomhulsel.
Bijzondere bepaling 376
Cellen of batterijen met metallisch lithium, lithiumionen of natriumionen en die zijn aangemerkt als dermate beschadigd of defect dat zij niet meer overeenstemmen met het type dat is beproefd conform de van toepassing zijnde bepalingen van het Handboek beproevingen en criteria moeten voldoen aan de voorschriften van deze bijzondere bepaling. De voorschriften van deze bijzondere bepaling omvatten, maar zijn niet beperkt tot: a) cellen of batterijen waarbij gebreken zijn vastgesteld die van invloed zijn op de veiligheid; b) cellen of batterijen die hebben gelekt of waaruit gas is ontsnapt; c) cellen of batterijen waarvan de aard niet voorafgaande aan het vervoer kan worden vastgesteld; of d) cellen of batterijen die fysieke of mechanische schade hebben doorstaan. Opmerking: Bij het beoordelen of een batterij beschadigd of defect is, moet de beoordeling of evaluatie worden gebaseerd op de veiligheidscriteria van de cel, de batterij of van de fabrikant, of door een technische deskundige met kennis van de veiligheidseigenschappen van batterij of cel. Een beoordeling of evaluatie kan de volgende criteria omvatten, maar is niet beperkt tot: a) Acuut gevaar, zoals gas, brand of lekkage van elektrolyt; b) het gebruik of misbruik van de cel of de batterij; c) tekenen van fysieke schade, zoals vervorming van het omhulsel van de cel of de batterij of verkleuring van het omhulsel; d) externe en interne bescherming tegen kortsluiting, zoals voltage-of isolatiemaatregelen; e) de toestand van de veiligheidsvoorzieningen van de cel of de batterij; f) schade aan interne veiligheidscomponenten, zoals het batterij management systeem. Cellen en batterijen moeten worden vervoerd in overeenstemming met de bepalingen die van toepassing zijn op de UN-nummers 3090, 3091, 3480, 3481, UN 3551 en UN 3552, naar gelang het geval, met uitzondering van bijzondere bepaling 230 en tenzij anderszins vermeld in deze bijzondere bepaling. Cellen en batterijen moeten worden verpakt volgens verpakkingsinstructie P908 van 4.1.4.1 of LP904 van 4.1.4.3, naar gelang van toepassing. Cellen en batterijen waarvan wordt vastgesteld dat ze beschadigd of defect zijn en snel uiteen kunnen vallen, gevaarlijk kunnen reageren, een vlam dan wel een gevaarlijke hitte-ontwikkeling of een gevaarlijke uitstoot van giftige, bijtende of brandbare gassen of dampen kunnen veroorzaken onder normale vervoersomstandigheden, worden verpakt en vervoerd volgens verpakkingsinstructie P 911 van 4.1.4.1 of LP 906 van 4.1.4.3, al naar gelang van toepassing. Alternatieve verpakkings-en/of vervoersomstandigheden kunnen worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van elke Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR, die ook een goedkeuring kan erkennen die verleend is door de bevoegde autoriteit van een land dat geen Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR is, op voorwaarde dat deze goedkeuring is verleend in overeenstemming met de toepasselijke procedures in het kader van het RID, ADR, ADN, de IMDG Code of de Technische Instructies van de ICAO. Op de colli moet de vermelding “BESCHADIGDE/DEFECTE LITHIUM-ION-BATTERIJEN”, “BESCHADIGDE/DEFECTE BATTERIJEN MET METALLISCH LITHIUM METAL of BESCHADIGDE/DEFECTE NATRIUM-ION-BATTERIJEN” worden aangebracht, naar gelang van toepassing. De volgende verklaring moet in het vervoersdocument worden vermeld: “Vervoer overeenkomstig bijzondere bepaling 376”. Indien van toepassing moet bij het vervoer een kopie van de goedkeuring van de bevoegde autoriteit aanwezig zijn.
Bijzondere bepaling 377
Cellen en batterijen die metallisch lithium, lithiumionen en natriumionen bevatten en apparatuur die dergelijke cellen en batterijen bevat die worden vervoerd om te worden vernietigd of gerecycled, al dan niet tezamen met niet-lithiumbatterijen verpakt, mogen worden verpakt in overeenstemming met verpakkingsinstructie P909 van 4.1.4.1. Deze cellen en batterijen zijn niet onderworpen aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.1, onder a) tot en met g), of 2.2.9.1.7.2, onder a) tot en met f), naar gelang van het geval. Op de colli moet de vermelding "LITHIUMBATTERIJEN TER VERWIJDERING", NATRIUM-ION-BATTERIJEN TER VERWIJDERING, "LITHIUMBATTERIJEN TER RECYCLING" of NATRIUM-ION-BATTERIJEN TER RECYCLING”, naar gelang van het geval, worden aangebracht. Batterijen waarvan is vastgesteld dat zij beschadigd of defect zijn, moeten worden vervoerd in overeenstemming met bijzondere bepaling 376.
Bijzondere bepaling 400
Natrium-ion-cellen en -batterijen en natrium-ion-cellen en -batterijen in of verpakt met apparatuur, gereedgemaakt en ten vervoer aangeboden, zijn niet onderworpen aan andere voorschriften van ADR indien zij voldoen aan het volgende: a) De cel of batterij is kortgesloten, zodat de cel of batterij geen elektrische energie bevat. Het kortsluiten van de cel of batterij is gemakkelijk controleerbaar (bijvoorbeeld een spanningsrail tussen de klemmen); b) Elke cel of batterij voldoet aan de voorschriften van 2.2.9.1.7.2 a), b), d), e) en f); c) Elk collo wordt gemerkt overeenkomstig 5.2.1.9; d) Behalve indien cellen of batterijen in apparatuur zijn ingebouwd, doorstaat elk collo een valproef van 1,2 m in elke richting zonder schade aan de cellen of batterijen in het collo, zonder verschuiving van de inhoud zodat contact tussen batterijen (of cellen) mogelijk is en zonder dat de inhoud loslaat; e) Cellen en batterijen die in apparatuur zijn ingebouwd, worden tegen beschadiging beschermd. Wanneer batterijen in apparatuur worden ingebouwd, wordt de apparatuur verpakt in sterke buitenverpakkingen van geschikt materiaal van voldoende sterkte en ontwerp in relatie tot de inhoud van de verpakking en het gebruik waarvoor deze bestemd is, tenzij er een gelijkwaardige bescherming van de batterij wordt geboden door de apparatuur waarin deze zich bevindt; f) Elke cel, ook wanneer deze een onderdeel is van een batterij, bevat alleen gevaarlijke goederen die worden vervoerd overeenkomstig de voorschriften van hoofdstuk 3.4 en in een hoeveelheid die niet groter is dan de hoeveelheid die is aangegeven in kolom (7a) van tabel A van hoofdstuk 3.2.
Bijzondere bepaling 401
Natrium-ion-cellen en -batterijen met organisch elektrolyt moeten worden vervoerd als UN-nummer 3551 of 3552, naar gelang van het geval. Natrium-ion-cellen en batterijen met waterig alkalisch elektrolyt moeten worden vervoerd als UN-nummer 2795. Batterijen die metallisch natrium of natriumlegering bevatten, moeten worden vervoerd als UN-nummer 3292.
Bijzondere bepaling 636
Lithiumcellen en -batterijen of natrium-ion-cellen en -batterijen met een bruto massa van ten hoogste 500 g per stuk, lithium-ion-of natrium-ion cellen met een energie-inhoud in watt-uur van ten hoogste 20 Wh, lithium-ion-batterijen of natrium-ion batterijen met een energie-inhoud in watt-uur van ten hoogste 100 Wh, cellen van metallisch lithium met een lithiumgehalte van ten hoogste 1 g en batterijen van metallisch lithium met een lithiumgehalte van ten hoogste 2 g die niet in apparatuur aanwezig zijn en ten vervoer worden aangeboden voor sortering, verwijdering of recycling, tezamen met andere cellen of batterijen, zijn tot aan de inrichting voor tussenverwerking niet onderworpen aan de andere bepalingen van het ADR, met inbegrip van bijzondere bepaling 376 en 2.2.9.1.7.1 en 2.2.9.1.7.2, indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden: a) de cellen en batterijen zijn verpakt volgens verpakkingsinstructie P 909 van 4.1.4.1, met uitzondering van de aanvullende voorschriften 1 en 2; b) er bestaat een kwaliteitsborgingsysteem om te waarborgen dat de totale hoeveelheid lithiumcellen en -batterijen en natrium-ion cellen en batterijen per transporteenheid 333 kg niet overschrijdt; Opmerking: De totale hoeveelheid lithiumcellen en -batterijen en natrium-ion-cellen en -batterijen in het mengsel mag worden vastgesteld door middel van een in het kwaliteitsborgingsysteem opgenomen statistische methode. Op verzoek wordt een kopie van de kwaliteitsborginggegevens aan de bevoegde autoriteit verstrekt. c) Colli moeten zijn voorzien van het kenmerk “LITHIUMBATTERIJEN TER VERWIJDERING”, “LITHIUMBATTERIJEN TER RECYCLING”, “NATRIUM-ION-BATTERIJEN TER VERWIJDERING” of “NATRIUM-ION-BATTERIJEN TER RECYCLING naar gelang van het geval.
Bijzondere bepaling 677
Cellen en batterijen die in overeenstemming met bijzondere bepaling 376, zijn aangemerkt als beschadigd of defect en snel uiteen kunnen vallen, gevaarlijk reageren, een vlam dan wel een gevaarlijke hitte-ontwikkeling of een gevaarlijke uitstoot van giftige, bijtende of brandbare gassen of dampen veroorzaken onder normale vervoersomstandigheden moeten worden ingedeeld in vervoerscategorie 0. In het transportdocument moeten de woorden 'Vervoer in overeenstemming met bijzondere bepaling 367' worden aangevuld met de woorden 'Vervoerscategorie 0'.
|