|
UN-nummer |
2037
|
|
Benaming en beschrijving |
HOUDERS, KLEIN, MET GAS (GASPATRONEN), zonder aftapinrichting, niet hervulbaar
|
|
Engelse benaming |
RECEPTACLES, SMALL, CONTAINING GAS (GAS CARTRIDGES) without a release device, non-refillable
|
|
Duitse benaming |
GEFÄSSE, KLEIN, MIT GAS (GASPATRONEN), ohne Entnahmeeinrichtung, nicht wiederbefüllbar
|
|
Franse benaming |
RÉCIPIENTS DE FAIBLE CAPACITÉ CONTENANT DU GAZ (CARTOUCHES À GAZ), sans dispositif de détente, non rechargeables
|
|
Klasse |
2.2
|
|
Classificatiecode |
5O
|
|
Verpakkingsgroep |
|
|
vervoersstatus |
|
|
Etiket(ten) |
2.2+5.1
|
|
Bijzondere bepaling(en) |
191
,
303
,
327
,
344
|
Bijzondere bepaling 191
Houders, klein met een inhoud van ten hoogste 50 ml die alleen niet giftige bestanddelen bevatten, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR.
Bijzondere bepaling 303
De houders moeten worden ingedeeld in de classificatiecode van het zich daarin bevindende gas of gasmengsel, vastgesteld in overeenstemming met de voorschriften van 2.2.2.
Bijzondere bepaling 327
Spuitbussen en gaspatronen als afval, die overeenkomstig 5.4.1.1.3 worden verzonden, mogen als UN 1950 of als UN 2037 worden vervoerd, al naar gelang van toepassing, voor doeleinden van recycling of verwijdering. Zij hoeven niet tegen beweging en onbedoeld uitstromen van gas te zijn beschermd, onder voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om gevaarlijke drukverhoging en vorming van een gevaarlijke atmosfeer te verhinderen. Spuitbussen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P207 en bijzondere verpakkingsinstructie PP 87 of verpakkingsinstructie LP 200 en bijzondere verpakkingsinstructie L2 zijn verpakt. Gaspatronen als afval, met uitzondering van die welke lekken of sterk vervormd zijn, moeten overeenkomstig verpakkingsinstructie P003 en bijzondere bepalingen PP17 en PP96 of verpakkingsinstructie LP200 en bijzondere bepaling L2 worden verpakt. Lekkende of sterk vervormde spuitbussen en gaspatronen als afval moeten in bergingsdrukhouders of bergingsverpakkingen worden vervoerd, onder voorwaarde dat er geschikte maatregelen zijn getroffen om te garanderen dat er geen sprake is van een gevaarlijke drukopbouw. Opmerking: In geval van vervoer over zee mogen spuitbussen en gaspatronen als afval niet in gesloten containers worden vervoerd. Gaspatronen als afval die waren gevuld met niet-brandbare, niet-giftige gassen van Klasse 2, groep A of O en die doorboord zijn, vallen niet onder het ADR.
Bijzondere bepaling 344
Aan de bepalingen van 6.2.6 moet worden voldaan.
|
|
Gelimiteerde hoeveelheden (LQ) |
1 L
|
|
Vrijgestelde hoeveelheden |
E0
|
|
Verpakkingsinstructies |
P003, LP200
|
|
Bijzondere bepalingen voor verpakkingen |
PP17, PP96, RR6, L2
|
|
Gezamenlijke verpakking |
MP9
|
|
Instructies voor transporttanks |
|
|
Bzb voor transporttanks |
|
|
Tankcode |
|
|
Bijzondere bepalingen tanks |
|
|
Voertuig voor tankvervoer |
|
|
Vervoerscategorie |
3
|
|
Tunnelcode |
(E)
|
|
Bzb voor stukgoed vervoer |
|
|
Bzb voor losgestort vervoer |
|
|
Bzb bij laden en lossen |
CV9, CV12
|
|
Bzb voor het bedrijf |
|
|
Gevaarsidentificatie nummer |
|