Bijzondere bepaling 283
Voorwerpen, die een gas bevatten en die bedoeld zijn om te functioneren als schokbreker, met inbegrip van inrichtingen die energie van stoten absorberen, of pneumatische veren, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR, onder voorwaarde dat: a) deze voorwerpen een inhoud van de ruimte voor het gas bezitten van ten hoogste 1,6 liter en een vuldruk van ten hoogste 280 bar, waarbij het product van inhoud (liter) en vuldruk (bar) niet meer bedraagt dan 80 (d.w.z. 0,5 liter inhoud en 160 bar vuldruk, 1 liter inhoud en 80 bar vuldruk, 1,6 liter inhoud en 50 bar vuldruk, 0,28 liter inhoud en 280 bar vuldruk); b) de barstdruk van deze voorwerpen ten minste viermaal de vuldruk bij 20 °C bedraagt voor voorwerpen met ten hoogste 0,5 liter inhoud en 5 maal de vuldruk voor voorwerpen met een inhoud van meer dan 0,5 liter; c) de voorwerpen van een materiaal zijn gemaakt, dat bij breuk niet versplintert; d) de voorwerpen zijn vervaardigd overeenkomstig een kwaliteitsnorm aanvaardbaar voor de bevoegde autoriteit; en e) het constructietype is onderworpen aan een brandproef, waarmee is aangetoond dat het voorwerp de inwendige druk afvoert door middel van een smeltveiligheid of andere drukontlastingsinrichting, zodanig dat het voorwerp niet versplintert en dat het voorwerp niet wegschiet. Zie ook 1.1.3.2 d) voor uitrusting die gebruikt wordt voor het functioneren van het voertuig.
Bijzondere bepaling 371
(1) Deze positie is ook van toepassing op voorwerpen die een kleine drukhouder met een aftapinrichting bevatten. Dergelijke voorwerpen moeten aan de volgende voorschriften voldoen: a) De waterinhoud van de drukhouder mag niet groter zijn dan 0,5 liter en de bedrijfsdruk mag niet groter zijn dan 25 bar bij 15 °C; b) De minimale barstdruk van de drukhouder moet ten minste viermaal de druk van het gas bij 15 °C bedragen; c) Ieder voorwerp moet zodanig zijn vervaardigd dat stoffen niet onbedoeld kunnen worden afgevuurd of kunnen vrijkomen onder normale omstandigheden van behandeling, verpakking, vervoer en gebruik. Daartoe kan een aanvullende afsluitinrichting worden gebruikt die aan de activator is gekoppeld; d) Ieder voorwerp moet zodanig zijn vervaardigd dat de drukhouder of onderdelen daarvan geen gevaar van scherfwerking opleveren; e) Iedere drukhouder moet zijn vervaardigd van materiaal dat bij scheuring niet versplintert; f) Het constructietype van het voorwerp moet worden onderworpen aan een brandproef waarop de bepalingen van de paragrafen 16.6.1.2 behalve letter g, 16.6.1.3.1 tot en met 16.6.1.3.4, 16.6.1.3.6, 16.6.1.3.7 (b) en 16.6.1.3.8 van het Handboek beproevingen en criteria van toepassing zijn, en waarmee is aangetoond dat het voorwerp de inwendige druk afvoert door middel van een smeltveiligheid of andere drukontlastingsinrichting, zodanig dat de drukhouder niet versplintert en dat het voorwerp of fragmenten daarvan niet wegschieten over een afstand van meer dan 10 meter; g) Het constructietype van het voorwerp moet de volgende beproeving hebben ondergaan. Aan de hand van een stimuleringsmechanisme wordt één voorwerp in het midden van het collo ingeleid. Er mogen buiten het collo geen gevaarlijke effecten optreden, zoals scheuring van de verpakking, metalen fragmenten of een houder die door de verpakking breekt. (2) De fabrikant moet technische documentatie opstellen met betrekking tot het constructietype, de fabricage alsmede de beproevingen en de resultaten daarvan. De fabrikant moet procedures hanteren om te waarborgen dat in serie geproduceerde voorwerpen van goede kwaliteit zijn, overeenstemmen met het constructietype en voldoen aan de vereisten van (1). De fabrikant stelt deze informatie op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit.
Bijzondere bepaling 594
De volgende voorwerpen, vervaardigd en gevuld volgens de bepalingen die worden toegepast in het land van fabricage, zijn niet onderworpen aan de voorschriften van het ADR: a) UN 1044 Brandblusapparaten indien zij voorzien zijn van een bescherming tegen onbedoeld functioneren, wanneer: - zij in een stevige buitenverpakking zijn verpakt; of - het grote brandblusapparaten zijn die voldoen aan de vereisten van bijzonder verpakkingsvoorschrift PP91 of verpakkingsinstructie P003 in 4.1.4.1; b) UN 3164 Voorwerpen onder pneumatische of hydraulische druk, ontworpen om belastingen samenhangend met de overdracht van krachten, intrinsieke sterkte of constructie te kunnen doorstaan die groter zijn dan de belastingen door de inwendige druk van het gas, wanneer zij in een stevige buitenverpakking zijn verpakt. Opmerking: "Bepalingen die worden toegepast in het land van fabricage" zijn de bepalingen die van toepassing zijn in het land van fabricage of in het land van gebruik.
|